Tekst: Jan Hofstede

Vanaf een afstandje bekijk ik de man die de laatste weken noodgedwongen aan de boarding staat tijdens wedstrijden van onze Eaters en stilletjes vraag ik me af… hoe goed kennen wij deze speler eigenlijk? Ja, hij speelt voor de Eaters. Dat weten we allemaal… Toch eens gevraagd aan teamleden hoe zij in een paar woorden deze speler kunnen omschrijven. Al gauw kom je dan op persoonsomschrijvingen als: gedreven, fanatiek, zeer correct en een echte teamplayer. Een “jonk” wat een genot is om in het team te hebben was de opmerking die me het meest bijbleef. We hebben het over Maxime Pellegrims.

Maxime, 25 jaar en geboren en getogen in het Belgische plaatsje Wilrijk, tegen de grens van Antwerpen op een kleine 10 km. van Deurne is een talentvol ijshockeyspeler die super gemotiveerd aan zijn 1e Eatersseizoen begon maar 2 maanden later zwaar geblesseerd het strijdtoneel, hopelijk tijdelijk, moest verlaten. Hoog tijd om nader kennis te maken met deze sympathieke Belg, hem te vragen naar zijn ervaringen bij onze Eaters en zijn verwachtingen voor de toekomst.

Maxime, hoe oud was je toen je voor het eerst met ijshockey in aanraking kwam en op de schaatsen ging staan. En bij welke club heb je de 1e beginselen van het ijshockey geleerd?
“De eerste keer dat ik ben gaan schaatsen was op 5 jarige leeftijd. Ik wilde aanvankelijk beginnen met Judo omdat dit de sport was die m’n vader ook beoefende, maar ik bleek hiervoor nog te jong ( minimum leeftijd was 7 jr. ). Ik ben in die tijd vaker gaan schaatsen in Deurne en dat lukte vrij aardig. Op een dag ben ik eens langs de boarding gaan kijken naar een ijshockeytraining en ik voelde het meteen kriebelen in mijn lijf. Dit wilde ik ook…!! Niet veel later ben ik toen gestart bij de “miniwelpen” in Deurne ( Antwerp Phantoms ).

Wanneer speelde je voor het eerst op het hoogste niveau, bij welke club en onder welke coach?
“Ik heb van mijn 13e tot en met 16e levensjaar in Düsseldorf gespeeld. Dit was op het gebied van jeugdijshockey al een aardig niveau. Vervolgens ben ik terug naar België gegaan om voor de Phantoms Antwerp te gaan spelen. Daarna nog een jaartje bij de Chiefs uit Leuven om vervolgens, op 21 jarige leeftijd bij Herentals, onder coach Paul Vincent, te gaan spelen in de Nederlandse competitie. Toen nog de Eredivisie waar men met 5 imports per team mocht spelen. We speelden toen tegen Tilburg 1, Eindhoven, Heerenveen en uiteraard de Eaters uit Geleen. Een beperkt aantal ploegen, maar het niveau was hierdoor wel hoger.”

Maxime, je zal wel vaak genoemd worden als het neefje van…. De bij iedereen wel bekende Mike Pellegrims. Heeft Mike enige invloed gehad op jouw carrière tot nu?
“Mike heeft me nooit iets opgedrongen maar wel altijd raad gegeven wanneer ik daarom vroeg. Hij heeft mij destijds ook Düsseldorf aanbevolen toen ik de keuze had om op 13 -jarige leeftijd voor Keulen of Düsseldorf te spelen. Ik ben toen op zijn advies gaan spelen voor de DEG-Youngsters.”

Je hebt inmiddels al wat coaches achter je gelaten. Is er ook een coach die echt indruk op jou gemaakt heeft?
“Er zijn wel meerder coaches geweest die een bepaalde indruk achtergelaten hebben. Van iedere coach leer je wel wat maar de beste coach die ik gehad heb, is zonder twijfel Jos Lejeune. Naast het feit dat hij enorm veel ijshockeykennis heeft, is hij ook een mentor voor z’n spelers, zowel op als naast het ijs. Dat beviel mij uitstekend.”

Zoals bij iedere sportman zal ook jouw sportcarrière gekenmerkt worden door een hoogtepunt en dieptepunt. Kan je daar iets over vertellen?
“Hoogtepunt beschouw ik het WK 2016 in IJsland onder Paul Vincent. Met een beperkte spelersgroep hebben we daar zilver behaald. We verloren de beslissende match voor goud toen met 4-3 tegen groepswinnaar Roemenië. Naast een medaille was het ook een geweldige week waarin Paul Vincent echt het beste uit ons zelf heeft gehaald. Ik werd dat jaar ook, volstrekt onverwacht, als beste Belg gekozen van dat WK. Dieptepunten zijn de seizoenen/WK’s waarin je hoopt prijzen te pakken en achteraf met lege handen achter blijft. Vorig seizoen was hiervan wel een voorbeeld. Zowel met de club (Leuven Chiefs) als op het WK kwam het niet tot de gewenste resultaten.”

Hoe ben je uiteindelijk in Geleen terecht gekomen?
“Ik ben in Geleen terecht gekomen nadat teammanager Peter Knops me contacteerde. Ik ben toen naar Geleen gekomen voor een gesprek waarin Andy Tenbult zijn ijshockeyplannen toelichtte en Peter Knops de praktische zaken uitlegde. Een gesprek waaraan ik een positief gevoel overhield en me uiteindelijk ook voor Geleen heeft doen kiezen.”

Wat is jouw beleving/indruk over het spelen in Geleen en onder de technische staf?
“Ik ben heel tevreden en happy hier in Geleen. Ik voel me hier gewaardeerd en gerespecteerd. Alf en Andy vullen elkaar, achter de bank, perfect aan. Zo fungeert Alf meer als mentor en People-coach terwijl Andy meer de ijshockey-praktische beslissingen neemt. Ook het entourage van medische begeleiding/doc en materiaalmannen is allemaal goed geregeld. Dit maakt het zo fijn om hier in Geleen te spelen.”

Op zondag speel je nog een puike wedstrijd tegen Herentals, die met 3-0 gewonnen werd en een paar dagen later gaat het stevig mis tijdens de training. Gevolg is dat je nu al 6 weken langs de kant moet toekijken. Blessures zijn altijd vervelend maar jij zit nu met een echt serieuze blessure opgescheept. Hoe ervaar je dat?
“Ik zit inderdaad met een lastige blessure. Binnenband van de knie is over de volledige diepte gescheurd en ook nog een scheur in de meniscus. Het is een enorme domper, want elke keer als ik naast de kant sta wil ik spelen.”

Heb je een indicatie over hoelang het genezingsproces gaat duren?
“Helaas moet je sommige dingen de tijd geven. Enerzijds is het zo dat die band en scheuren moeten herstellen en weer aan elkaar moeten groeien. Dat is iets waarop ik geen invloed heb behalve het voorkomen dat ik e.e.a. forceer. “Verplicht 2 maanden in een brace” is alles wat de dokters tegen me zeggen. Anderzijds heb ik te maken met het spierverlies dat al na 3 weken enorm toeneemt, de conditie die achteruit gaat en de mobiliteit en soepelheid in de knie die weg is.“

Wat doe je om zo gauw mogelijk weer fit te worden en kunnen we je dit seizoen nog op het ijs verwachten?
“De knie weer soepel krijgen is de taak van de medische begeleiding. Om de conditie weer op peil te krijgen zit ik sinds kort vaak op de spinningfiets, de step en op de loopband en doe ik verschillende oefeningen op een bosu-ball voor stabiliteit en kracht. Op 1 februari worden nieuwe foto’s gemaakt van de knie. Zijn die positief, dan hoop ik op de Play-offs. Zijn die negatief… nee, laat maar, daar ga ik niet vanuit en daar wil ik ook niet aan denken.”

Zo ongelooflijk zonde dat je dit nu gebeurt in je debuutjaar voor de Eaters?
“Het is inderdaad heel jammer dat dit is gebeurd. Het is de 1ste keer in mijn leven dat ik langer dan 2 weken out ben. Net op een moment dat ik mijn vorm vond en ik op een nieuwe positie zou gaan spelen die mij, volgens Alf, prima zou liggen. Hard werken aan de comeback en de dokters hun werk laten doen zeg ik maar.”

Wat zijn je plannen voor het volgend seizoen. Wil je er nog een jaartje Eaters aan vast plakken?
“Ik voel me hier goed en ik heb een prima verstandhouding met teammanager Peter Knops en de rest van het team. Dan zien we het wel voor volgend jaar. Ik wil graag met de Eaters kampioen worden, lukt het dit jaar niet, dan graag volgend jaar.”

Maxime, nog één vraagje. Mike Pellegrims komt met zijn DEG naar Geleen. Hoe ervaren jullie als spelers dat?
“Het is een vrij exicted experiment maar zeker ook een hele eer om tegen zo’n ploeg te mogen spelen. Anderzijds zijn we ons ook wel bewust dat onze kansen bijzonder klein zijn om te winnen en dan is het ook nog maar te hopen dat de selectie tegen die tijd weer compleet is. In ieder geval is die wedstrijd een fantastische voorbereiding op de mogelijke Final-4 waar we nog volop voor in de race zijn.”

Maxime, bedankt voor je tijd en antwoorden. Dat je weer gauw hersteld mag zijn en wij je weer snel op het ijs terug mogen zien.