Geschreven door Administrator dinsdag, 16 september 2008 14:48
1968 : De eerste aanzet
De geschiedenis van het Geleense ijshockey begint met de opening van de kunstijsbaan aan de Kummenaedestraat op zaterdag 18 oktober 1968. Onderdeel van de ingebruikname van de accommodatie was een demonstratie van de kunstrijderclub uit Amsterdam en een ijshockeywedstrijd tussen de jeugdige talentjes van Tilburg en Den Bosch (4-1). De snelste teamsport ter wereld maakte zo'n indruk in de Mijnstreek dat een week later, op 24 oktober, belangstellenden uit alle windstreken de eerste trainingen van The Smoke Eaters volgden, onder leiding van Steve Labchuck.
Op 2 november 1968 volgde de eerste competitiewedstrijd tegen de Amstel Tijgers. Er werd weliswaar verloren van de hoofdstedelingen (1-5), maar het eerste doelpunt uit de Eaters-historie was een feit: gescoord door de Canadees Mike Marquis op aangeven van zijn landgenoot Gary Purscha.
Een historie met veel ups en downs zou volgen...
De oorsprong van de naam Smoke Eaters
Tot halverwege de jaren zestig was het voor Canada heel gewoon om simpelweg een lokaal amateurteam af te vaardigen als vertegenwoordiger voor Canada op de wereldkampioenschappen ijshockey. De Trail Smoke Eaters was één van die teams die werden afgevaardigd. Na eerder al in 1939 wereldkampioen te zijn geworden waren zij in 1961 in Grenoble het laatste Canadese amateurteam dat wereldkampioen werd. Onder invloed van de vele Afcent-Canadezen in het Geleense team werd voor deze naam gekozen.
The Trail Smoke Eaters bestaan overigens nog steeds, het is tegenwoordig een collegeteam met spelers tussen de 17 en 20 jaar, dat uitkomt in de BCHL, de British Columbia Hockey League.
Dit seizoen speelt zelfs één van de talenten van het Canadese Trail Smoke Eaters in Geleen: Jay Jay Vanderstam.
What's in a name…
Hoe het team uit Trail aan de naam "Smoke Eaters" kwam is een verhaal apart, en de moeite van het lezen zeker waard. Ga eens kijken op hun website http://www.trailsmokeeaters.com
Het verhaal gaat terug tot 1929, en heeft in elk geval niets met de mijnbouw te maken, hoewel dit vaak gedacht werd in Trail en Geleen.
1968-1970
In het begin bestond het team vooral uit Canadese Afcenters, gelegerd in het nabijgelegen Brunssum.
De Praagse lente bracht Tsjechische dissidenten in de personen van Jiri Nasvetil, Vladi Potucek, George Bolyhovsky en meervoudig topscorers Jiri Anton en Mirek Vosatko naar Geleen. De laatste drie zouden de eerste twee seizoenen in de hoogste afdeling nog onder schuilnamen speelden (respectievelijk George Boley, Viktor Golhem en Jerry Vos).
Via Duitsland kwam goalie Vaclav Sochor, nu nog steeds actief als keeperstrainer, naar Geleen. De eerste contractspeler was René Labonté, overgewaaid uit Zuid-Afrika. Deze was later nog actief bij Olympia Heist op den Berg en als coach bij HIJC Herentals (B).
Labonté ging Jerry Aucoin en goalie Doug Scott vooraf (beiden eveneens van de Kaapstad Maple Leafs) en Henny Davids werd de eerste echte manager. Eigen inbreng kwam van de 18-jarige Roy Joosten, later gevolgd door Henry Frenken, Mike Mulder, Peter van der Wal en Henny Willems.
In 1968-1969 nam het Geleense vreemdelingenlegioen nog geen deel aan de eerste divisie. Een jaar later besloot de Nederlandse IJshockeybond, die blij was met de nieuwe aanwinst, om Afcenters als Nederlandse spelers te beschouwen. Verder hielden de Eaters zich keurig aan de reglementen en werd het maximale aantal buitenlanders (vijf) niet overschreden. Het team deelde niet alleen in de competitie de lakens uit maar ook in de Cup International, de voorloper van de huidige Coupe der Lage Landen. Smoke Eaters won in 1971 zelfs de laatste Coupe Brabant, ten koste van Tilburg en Den Bosch.
Duizenden supporters kwamen in die dagen naar het koude, half open ijsstadion. In het eerste seizoen op het hoogste niveau (1969-1970) eindigden de Eaters op een derde plaats in de nationale competitie, die in die tijd nogal sterk ondergewaardeerd werd vergeleken bij de Cup International. S.IJ. Den Bosch werd kampioen. Topscorer bij Geleen was Dave Gilhen, met 8 doelpunten in 6 wedstrijden. Gilhen was al 39 jaar oud toen hij voor Geleen ging spelen, maar hij zou in de drie jaar dat hij hier actief was nog menig doelpunt scoren.
1970-1971
Al in het derde seizoen na de oprichting, eindigden The Smoke Eaters op de eerste plaats in de competitie. Men stond gelijk in punten met Tilburg (14 uit 8) maar de Eaters hadden een beter doelsaldo en de supporters vierden hun helden. Een dag later boorde de bond (die zetelde in de Tilburgse ijshal) die vreugde in het ijs en wees de titel aan Tilburg Trappers toe. Verouderde statuten nekten de Eaters. Slechts 3 buitenlandse profs of semi-profs bleken te worden toegelaten. Geleen werd buiten mededinging gesteld wegens het opstellen van 3 Tsjechen, 2 Canadezen en een Duitser. De 7 Afcent-Canadezen werden overigens niet als profs of semi-profs gezien, en vielen buiten deze regeling.
De kern van de Geleense ijshockeyploeg van toen werd gevormd door Jerry Vos, Viktor Golhem, Hubert Sitko en trainer/speler Richard Blanche, aangevuld met de Afcenters Dave Gilhen, Peter Lloyd, Ben Lee, Gary Purcha, Craig Simpson en de verdedigende broers Colin en Ernie Lessyck.
Winnend in de competitie maar geen titel; het waren legendarische wedstrijden tegen Tilburg Trappers, Red Eagles Den Bosch, HOKY Den Haag en voor de Cup International tegen CPL Luik, Brussel, Baden-Baden Raiders en Lahr Arrows.
1971-1972
Aan het eind van het seizoen in 1971 vertrok Richard Blanche verbitterd naar Canada, gevolgd door de broers Lessyck en goalie Doug Scott (later nog actief voor Brussel).
In 1972 eindigde Smoke Eaters nog wel op de tweede plaats, 6 punten achter de ongenaakbare Tilburg Trappers. De Geleense ploeg had in de eerste lijn (Vosatko, Anton en oudgediende Gilhen) een ware doelpuntenmachine. Van de 139 Geleense doelpunten (in 18 wedstrijden) werden 81 goals gescoord door dit supertrio.
1972-1973
In 1973 werd Geleen in de competitie slechts zesde (van de zeven) op maar liefst 18 punten van kampioen Tilburg. In de beker ging het ietsje beter: een vijfde plaats (tussen 9 ploegen). Gilhen was gestopt (op 42-jarige leeftijd!), en dat gemis deed zich gelden. Anton en Vosatko eindigden zoals altijd wel weer hoog in de topscorerslijsten. Het team werd in die jaren verdedigend gedragen door mannen als Doug Freeman, Mike Self en Peter Lloyd, terwijl voorin Vosatko en Anton geassisteerd werden door mannen als Henry Frencken, Jiri Nasvetil, Hans Eussen en Mike Mulder.
1973-1974
In 1974 volgde nog een kleine opleving met de derde plaats. Deze werd later zelfs omgezet in een tweede plaats, nadat kampioen RAAK Den Haag naar de laatste plaats werd verwezen, zodat alle andere ploegen een plaatsje opschoven. RAAK had geweigerd (of liever: verzaakt) de ware nationaliteit van Harry van Drunen (een Nederlandse Canadees) prijs te geven. De NIJB had nog meermalen verzocht een kopie op te sturen, maar deze speler kon geen Nederlands paspoort overleggen, waarna door de bond werd aangenomen dat hij Canadees was. Hierdoor had RAAK alle wedstrijden met een teveel aan buitenlanders gespeeld. Dit betekende dat alle wedstrijden van RAAK waarin van Drunen (die vaak scoorde) was opgesteld, reglementair met 0-5 verloren gingen. Hierdoor werd Tilburg (wederom via de groene tafel) kampioen.
Jiri Anton werd nog derde op de topscorerslijst met 15 goals en 18 assists in 10 wedstrijden.
1974-1975
In het seizoen 1974/1975, dat werd afgesloten met een vierde plaats, werd Jiri Anton topscorer in de 1e divisie met 12 goals en 18 assists in 9 wedstrijden. The Smoke Eaters hadden echter inmiddels moeten ervaren dat ijshockey een geldverslindende sport was. Jean Savelkoul, de grote inspirator van het Geleense ijshockey, overleed en het geld was op...
1975-1979
Vaders die hun zonen graag zagen ijshockeyen bliezen de sport in Geleen nieuw leven in en zo kreeg het geesteskind van Jean Savelkoul een waardig vervolg.
De Stichting IJshockey Zuid-Limburg werd opgericht en het team kwam met ingang van het seizoen 1975/1976 vrijwillig uit in de tweede divisie, die werd gevormd door Nederlandse en Belgische ploegen. Het publiek koos voor de naam Smoke Eaters; de stap terug werkte echter jarenlang door. Op een handjevol trouwe supporters na, bleef het grote publiek weg.
Door het geringe krachtsverschil bleven de jaren op het tweede plan echter ook boeiend. In 1979 werd de titel en bijbehorende promotie naar de eerste divisie behaald. Dit kampioenschap kwam voornamelijk op het conto van Geleense jongens, waaronder de goalies Zvonko Gibbels en Jan-Willem de Pont en verder Henny Willems, Tommy Speckteen, Henry Frencken, André Acampo, Piet Lemmens, Rob Martens, Boy Muns, Hein de Pont, Danny Peters, Dirk-Jan Pieters en Chris Keulen.
1979-1982
Smoke Eaters trok als trainer Hans van de Bogaard aan (in 1970 als speler nog kampioen met S.IJ. Den Bosch) en strikte machinefabriek Reinal uit Maastricht als sponsor. Tussendoor fungeerden Harry Keulen en René Hermans als coaches.
De club speelde een ondergeschikte rol in de eerste divisie tussen clubs als Tilburg, Nijmegen, Den Haag, Amsterdam, Groningen en Heerenveen. Nederlagen met dubbele cijfers waren allerminst uitzondering en in het seizoen 1979/1980 eindigde de Eaters dan ook stijf onderaan op de tiende plaats. Slechts één van de 18 wedstrijden werd winnend afgesloten (7-3 thuis tegen de nummer 9 Utrecht). Ook het seizoen daarna kon Geleen geen potten breken en werd in 32 wedstrijden slechts één puntje vergaard (thuis tegen Den Bosch, 7-7). Niet alleen sportief gezien was dat jaar een dieptepunt: Smoke Eaters speelde in die periode promotie/degradatiewedstrijden, maar ook onderlinge intriges, het opstappen van manager Zonneberg, het vertrek van 3 imports en de trainer, het verdwijnen van sponsorgeld, enzovoorts droegen ertoe bij, dat er na dit jaar weer in de tweede divisie werd gespeeld.
1982-1984
Na een korte pauze in 1981/1982 (2de divisie) speelde Eaters ook in 1982/1983 een ondergeschikte rol op het hoogste plan. Een achtste en laatste plaats met 8 punten uit 28 wedstrijden. Maar vanaf het seizoen 1983/1984 begon Geleen weer mee te tellen. In dat jaar behaalde oud-speler Henry Frencken als coach goede resultaten en draaide het team vooral op spelers als topscorer Jamy Conroy (81 punten in 40 wedstrijden), Steve Murphy, Dave Bell en Andy Tenbult (momenteel actief als coach van Ruijters Eaters).
Opzienbarend in dat seizoen was de 8-6 thuisoverwinning op de regerend landskampioen, het destijds onaantastbaar geachte Feenstra Flyers. De play-offs werden bereikt maar toen was het kruit verschoten. In de halve finale (tussen # 1 en # 6; er waren er dat seizoen drie) stelde Heerenveen orde op zaken en speelde Eaters met 15-5 en 11-2 naar de zesde plaats. Vissers Nijmegen (met o.a. Don Fraser, die dat jaar topscorer werd van Nederland) doorbrak dat jaar echter de Friese hegemonie en werd landskampioen.
1984-1985
Het volgend seizoen startte George Peternousek (jarenlang sterspeler en topscorer in 1975 voor de Tilburg Trappers) als coach en was Data Union sponsor. De prestaties vielen over de gehele linie tegen ondanks een aanvallend sterk team (Conroy en Tenbult waren samen goed voor 145 punten in 36 wedstrijden) De defensie liet echter zwaar te wensen over, en Eaters eindigde in zowel de beker als in de competitie op een teleurstellende 9de plaats.
1985-1986
Ook het seizoen daarop stond Peternousek nog aan het roer. De defensie was danig versterkt door de komst van Bill Wensink (Nijmegen), John Paans (Den Bosch) en Peter Paul van Rooy (Tilburg), en Conroy en Tenbult kregen voorin steun van topscorer Brian Sproxton (overgekomen van Amsterdam). Nadat men al tweede was geworden in de strijd om de beker (Eindhoven won met slecht één punt voorsprong) deed Smoke Eaters een serieuze gooi naar de titel. Lada GIJS Groningen, met onder andere Joep Franke en sloophamer Wayne van Dorp (met meer dan 200 wedstrijden in de NHL achter zijn naam) in de gelederen kroop echter in de allerlaatste wedstrijd door het oog van de naald (2-3 in Geleen), en eindigde met 2 punten voorsprong op de eerste plaats. Voor GIJS zou het bij dat ene kampioenschap blijven. Niet lang daarna ging de club failliet.
1986-1987
Peternousek knoopte er nog een seizoen aan vast maar moest in februari 1987 het veld ruimen ondanks een goede sportieve prestatie van het team. In dit seizoen werd er voor het eerst gespeeld in een rechtstreekse finalereeks om het kampioenschap. Nadat in een enerverende halve finalereeks Frontech Amsterdam (met onder andere Herman de Kleijn) met 5-2, 7-8 en 5-1 opzij werd gezet, speelde Smoke Eaters tegen debutant op het hoogste niveau Rotterdam Panda's voor het kampioenschap. De Panda's maakten korte metten met de overtuiging dat je een kampioenschap niet kunt kopen en waren bijzonder succesvol gaan winkelen op de spelersmarkt. Met Dave Morrison, Ben Tijnagel en Harry van Heumen beschikte men tevens over een niet te stuiten aanvalslijn en de Panda's wonnen de finalereeks afgetekend met 8-0 en 4-2.
Wederom de tweede plaats dus voor Smoke Eaters, dat ook al in de beker op 5 punten achter Rotterdam was geëindigd.
Opvallendste namen bij Geleen waren de inmiddels overleden Kevin Mutch en de sterke winger Phil Patterson (ex-Tilburg). Ook Jamy Conroy eindigde weer hoog op de topscorerslijst. Dit was tevens het laatste seizoen in de oude ijshal. Deze werd gesloopt en het nieuwe Glanerbrookcomplex verrees.
1987-1988
In 1987 was de verbouwde Geleense ijshal nog niet beschikbaar en daarom weken de Smoke Eaters met het vignet van de Nederlandse Hartstichting op de borst uit naar het Akense Tivoli-Eisstadion. Mike Daski zwaaide de scepter als coach en met de sterke imports Vinnie Paolucci, Pete Marshall en Denis Theriault ware de verwachtingen hoog gespannen. Dat seizoen maakte het Nederlandse ijshockey ook kennis met de allerbeste Belg op schaatsen (sorry Bart Veldkamp): Mike Pellegrims.
De selectie bleek echter tegen het einde van het seizoen te smal (Wensink, van Rooy, Sproxton, Conroy en Tenbult waren er niet meer bij) en het team moest genoegen nemen met een derde plaats. Maar in de halve finale serie hadden de herboren BP Flyers toch nog twee keer een verlenging nodig om Smoke Eaters op de knieën te krijgen: 2-3 (nv), 4-3, 1-6 en 5-6 (nv)
Dat Heerenveen nogal wat kracht nodig had om Geleen te verslaan bleek in de finale: Spitman Nijmegen versloeg de Friezen op vrij eenvoudige wijze.
1988-1989
Mike Daski bleef coach en trok opnieuw een aantal goede spelers aan (Leo v/d Thillart, John Vorstenbosch, Tom Hartogs en (topscorer) Jeff Nelson en later Tim Driscoll en Kim Bosch). In de bekercompetitie werd Smoke Eaters nog vierde, maar toen kwam de zaak pas goed op stoom. Voor de derde keer in de laatste vier seizoenen stonden de Eaters in de finale, na in de halve finale favoriet en regerend landskampioen Spitman Nijmegen verrassend in twee duels te hebben verslagen. Vooral de eerste uitoverwinning (7-9) was voor heel ijshockeyend Nederland een surprise, thuis werd de zaak vakkundig afgemaakt (8-6).
In de finale wachtte opnieuw Rotterdam, dat inmiddels ook Bill Wensink in de gelederen had. Eaters liet zich deze keer niet zo gemakkelijk naar de slachtbank leiden als twee jaar daarvoor, maar verloor uiteindelijk toch, in een memorabele finaleserie:
De eerste wedstrijd in Rotterdam: 5-6 na verlenging (na een 5-2 voorsprong na 49 minuten!), 5-4 in Geleen, eveneens na verlenging, 3-4 in Rotterdam, 4-0 in Geleen, waarbij Glanerbrook zowat ontplofte, en 3-5 in Rotterdam, waarbij het team werd vergezeld door elf (!) supportersbussen. Ondanks de nederlaag werden de spelers na de laatste uitwedstrijd als kampioenen ontvangen op de parkeerplaats van Glanerbrook.
1989-1990
Het Geleense Intercai werd sponsor. Mike Daski verliet Geleen en voor het eerst kwam er een Scandinavische oefenmeester in de persoon van Tore Petterson. De Zweed kreeg een éénjarig contract aangeboden. In een interview zei Pettersson dat hij het Duitse ijshockey heel wat te bieden had, een verspreking die hij rap herstelde. Verder constateerde hij dat er te weinig aandacht werd besteed aan zomertraining en dat hij van plan was het team op technisch en tactisch gebied bij te schaven.
Geleen zag aanvaller Frank Versteeg terugkeren naar Utrecht. Maar hiertegenover stonden een groot aantal nieuwe spelers. Doelman Patrick den Ouden (van Amsterdam), de verdedigers Cornel van de Thillart (Den Bosch) en Peter-Paul van Rooy (Tilburg) en de aanvallers Joep Franke (van Amsterdam), Mike Verhulst (Tilburg) en Antoine Strijbosch (Eindhoven) werden aangetrokken. Van Amerikaanse universiteitsteams werden drie imports gehaald: verdediger Josh Caplan van de meest prestigieuze universiteit in de Verenigde Staten (Harvard) en de aanvallers Dave Witherell en Peter Buckeridge. Laatstgenoemde had ook nog een jaar ervaring in de minor leagues als professional.
Tijdens de transferperiode in december werden de drie buitenlanders echter alweer aan de dijk gezet en werden de aanvallers Larry Rusconi, Chris Brant en Don Fraser gecontracteerd. Fraser (in 1983/1984 ook al actief bij Nijmegen) werd bij Den Bosch weggekaapt, waar hij nauwelijks drie weken geleden als coach aan de slag was gegaan, en Chris Brant kwam over van het in financiële moeilijkheden verkerende EC Bad Nauheim (West-Duitsland). Deze laatste zou de volgende seizoenen uitgroeien tot de meest karaktervolle speler met de grootste persoonlijkheid die de laatste tien jaar op het Nederlandse ijs te zien was.
Geleen startte moeizaam in de bekercompetitie en wisselde zwakke prestaties (verlies met 11-3 in en tegen Nijmegen) af met ware huzarenstukjes (2-2 gelijkspel tegen Rotterdam). Niet alleen op maar ook met het ijs waren er problemen. Aanvankelijk was het ijs in Glanerbrook veel te zacht. Door een 3-1 nederlaag tegen Tilburg op de slotdag van de bekercompetitie moest Geleen Nijmegen voor laten gaan in de eindrangschikking en genoegen nemen met de derde plaats.
In de play-off competitie was Geleen het enige team dat Rotterdam een puntje kon afsnoepen. Nadat de Panda's een 2-6 voorsprong hadden opgebouwd, startten de Smoke Eaters een geweldig slotoffensief. Ondersteund door 2500 dolenthousiaste toeschouwers werden ze naar een 6-6 gelijkspel geschreeuwd. De gelijkmaker kwam van de stick van John Vorstenbosch. Tijdens dit deel van de competitie viel het doek voor coach Pettersson. Een uur voor de wedstrijd tegen Utrecht werd hij ontslagen, omdat hij het team niet meer kon motiveren. Speler Don Fraser werd hierop benoemd tot speler-coach, ironisch genoeg de functie die hij eerder in het seizoen bij Den Bosch zou gaan vervullen. Ook aanvaller Rusconi viel in ongenade, maar werd tegen het einde van de competitie toch weer opgesteld. Met enig geluk werd de tweede plaats bereikt in deze competitie.
In de halve finale van de play-offs stond Geleen tegenover Nijmegen in een best-of-three serie. Vanwege carnaval werd voor deze wedstrijden afgeweken van de vastgestelde data. Waarschijnlijk nog enigszins beneveld van het carnaval werd Geleen op vrij simpele wijze tweemaal door Nijmegen verslagen. De eerste thuiswedstrijd in Geleen ging verloren (1-4) waarbij Brant voor de Limburgse treffer zorgde, en een paar dagen later bereikte Nijmegen via een 2-8 overwinning de finale, waarin Rotterdam wederom veruit de sterkste van Nederland bleek.
1990-1991
Brant was de enige van het trio buitenlanders die voor Geleen speelden in het seizoen 1989/90 die in 1990/91 ook voor de Limburgse ploeg uitkwam. Hij kreeg buitenlands gezelschap van de twee beste "killers" die Geleen ooit heeft gehad: Rick Boh en Shawn Harrison. Boh speelde in het seizoen 1987/1988 nog 8 wedstrijden mee bij de fameuze Minnesota North Stars (NHL), waarin hij nog 2 goals en 1 assist liet aantekenen. Van Nijmegen kwam Mike Aertsen over, terwijl Stef Kleisterlee het Bossche shirt voor dat van Smoke Eaters verwisselde. Verder werd een Nederlandse Canadees in de persoon van verdediger Mike Goeree aangetrokken en werden Heini Martens (eigen jeugd) en Paul Smolders (Tilburg) aan de selectie toegevoegd. Tenslotte kwam Jeff Vijfschaft, die in de periode 1983-1986 ook al eens het Geleense doel verdedigde, van Groningen om Robert Boogaard te vervangen, die met een hernia tobde. Don Fraser gaf zijn loopbaan als speler eraan en concentreerde zich voortaan alleen op het coachen.
Door middel van een arbitragezaak verhinderde het bestuur van Geleen de overgang van internationals Tom Hartogs en Risto Mollen naar Tilburg, omdat al twee spelers, Mike Louwers en Mike Pellegrims, de Eaters hadden verlaten.
Door de licentie- en begrotingsproblemen van de club en talrijke blessures gingen de Smoke Eaters de competitie in zonder ook maar één oefenwedstrijd te hebben gespeeld. In het eerste duel waren slechts twaalf spelers inzetbaar. Ondanks dat veroverde Geleen in de eerste competitiewedstrijd het eerste punt, door 2-2 remise overeen te komen met Nijmegen. Maar in de volgende duels brak het gebrek aan voorbereiding de Smoke Eaters danig op. Pas in de zevende match wisten de Limburgers hun puntensaldo te verhogen. Dit ging ten koste van Groningen, dat een geduchte afstraffing kreeg van de Eaters. Harrison was met vier treffers goed op dreef en leidde zijn ploeg naar een 13-3 overwinning.
Het eerste weekend van november was één van de succesvolste voor de mannen van captain Leo van den Thillart. Gunco Panda's werd uit met 3-4 verslagen, waarbij het winnende doelpunt 50 seconden voor tijd door Marcel Houben, zijn tweede treffer in deze match overigens, achter de Rotterdamse doelman werd gewerkt. En dat terwijl Mike Goeree in de tweede en Kleisterlee in de derde periode geblesseerd waren uitgevallen. Vervolgens stuurden de Limburgers Tilburg met een 7-5 nederlaag naar huis. Boh was dit maal de topschutter met twee doelpunten.
Ook stond rond die tijd een vriendschappelijke match tegen de kampioen van de Sovjet-Unie, Dynamo Moskou, op het programma. Geleen weerde zich dapper in dit duel, en scoorde zelfs de eerste treffer van de avond, maar kon niet verhinderen dat de Russen met 4-13 aan het langste eind trokken. Brant wist de Russische goalie twee maal te bedwingen.
De Geleense machine ging gaandeweg het seizoen steeds beter draaien. Nijmegen, Utrecht en wederom Rotterdam werden aan de zegekar gebonden met respectievelijk 8-1, 5-6 en 5-4. In de match versus Utrecht verschalkte Brant de Utrechtse doelman drie keer. In de wedstrijd tegen Rotterdam, waarin doelman Hans Baggen de absolute uitblinker bij Geleen was, gaf Geleen de wedstrijd na een 5-2 voorsprong echter nog bijna uit handen.
In de transferperiode in december wisselde de club uit het zuiden nu eens niet één of meerdere buitenlanders in. Alleen Nederlands Canadees Goeree moest het veld ruimen. De Smoke Eaters ruilden hem in tegen één van de Nederlandse Canadezen van Heerenveen, Tod van Biezen, die echter geen potten kon breken.
Dankzij verdere successen in deze competitie kwam Geleen er steeds rooskleuriger voor te staan en na in de laatste confrontatie Groningen met 2-9 te hebben verslagen (Brant trof twee maal doel) veroverden de pupillen van coach Don Fraser de vierde plaats in de eindrangschikking. Met drie bonuspunten ging Geleen de play-offs in. In de eerste wedstrijd verslikten de Limburgers zich bijna in Nijmegen. Nadat Brant (2x), Hartogs (2x) en Boh voor een 0-5 voorsprong hadden gezorgd, gaf Geleen het initiatief in het derde bedrijf volledig uit handen en mocht blij zijn dat het nog met een 5-5 remise het ijs kon verlaten. Na twee nederlagen, 3-5 versus Tilburg en 8-4 versus Utrecht, lieten de Limburgers zich weer eens van hun betere zijde zien. En weer waren de Panda's het slachtoffer van de dadendrang van de Smoke Eaters, die inmiddels Hein de Pont en ex-international John van Sloun (vijf "caps") weer in hun midden hadden. Nadat Strijbosch de derde treffer voor zijn rekening had genomen was het goaltjesdief Brant die 4-3 en 5-3 liet aantekenen. Het vijfde Geleense doelpunt viel 56 seconden voor tijd toen de van Indiaanse afkomst zijnde aanvaller geen moeite had het verlaten Panda doel te vinden. Een mooie opsteker voor Geleen, te meer daar zij juist voor die match vertegenwoordigers van veertig potentiële sponsors op bezoek had. In de dubbel tegen Amsterdam zetten de Smoke Eaters beide malen de tegenstander met gemak aan de kant. En weer was Rotterdam het volgende slachtoffer, dit maal zegevierden de "Fraser boys" in Rotterdam met 5-7. Bij een gelijke stand van 5-5 in de derde periode vroeg Don Fraser bij 55.59 een time out aan. Het moet een zeer indrukwekkende peptalk zijn geweest want op 57.21 tekende Hartogs 5-6 aan en Marcel Houben bezegelde het lot van Rotterdam door zonder assist tien seconden voor tijd te scoren.
In de voorlaatste match van deze competitie vernederde de Limburgse ploeg Nijmegen totaal. Bij een stand van 14-4 staakte Geleen de strafexpeditie. Houben scoorde vier doelpunten, waarvan drie in de derde periode. Na een 7-2 nederlaag tegen Tilburg veroverde Geleen opnieuw de vierde plaats in de eindrangschikking en dus een plaats in de play-offs om het landskampioenschap.
Intercai Smoke Eaters trad in de halve finale aan tegen de Trappers uit Tilburg. Op relatief simpele wijze knikkerde Tilburg Geleen uit de race om het kampioenschap. In de eerste match kwamen de Limburgers er totaal niet aan te pas. Eerst nadat de opponent een zekere 4-0 voorsprong had genomen, kon Rob van Steen in het derde bedrijf iets terugdoen op weg naar een 5-1 nederlaag.
Thuis slaagde Intercai er niet in om een derde match af te dwingen. Geleen wist wel middels Boh en Brant tot 2-3 terug te komen, maar was niet in staat om door te drukken. Ook een time-out op 58.05 leverde niet het gewenste resultaat op en de 2-4 nederlaag betekende voor Van den Thillart en zijn mannen de uitschakeling voor het landskampioenschap.
Maar het seizoen was nog niet voorbij voor Geleen. In de kwartfinale om de NIJB Beker ging het in en tegen Nijmegen aanvankelijk gelijk op. Twee keer namen de Eaters een voorsprong. De eerste maal al na 1.45 door Hartogs en de tweede keer door Mollen. Even zovele malen trok Nijmegen de stand recht, en een onoplettendheid na de eerste pauze betekende zelfs een 3-2 achterstand. Binnen een tijdsbestek van vier minuten boog Brant de achterstand echter in een 3-4 voorsprong om, beide malen op aangeven van Boh. Uit een powerplay situatie maakte Mollen er zelfs 3-5 van, voordat de Nijmegenaren, terwijl Cornel van den Thillart in de strafbank bivakkeerde, de eindstand op 4-5 bepaalden.
In de eigen vertrouwde Glanerbrook ijshal hadden de Limburgers eigenlijk alleen in het eerste bedrijf een tegenstander aan Nijmegen. De openingstreffer van de Geldersen beantwoordde Hein de Pont met zijn eerste doelpunt. Nog twee treffers van de Pont, een hattrick van Boh en een doeltreffende actie van Tommie Hartogs halverwege de derde periode leverden een 7-1 voorsprong op. Dat de tegenstanders het laatste woord had, 7-2, deerde Geleen en de 500 toeschouwers niet. Door deze twee zeges drong Geleen door tot de halve finale. In die serie ontmoetten de Smoke Eaters de Gunco Panda's uit Rotterdam. Thuis leken de Smoke Eaters op een regelrecht debacle af te stevenen. Na 20 minuten zuivere speeltijd stond een 1-4 score op het bord, het Geleense doelpunt nam Hartogs voor zijn rekening. Maar de Limburgers toonden in het midden - en slotdeel karakter en vochten zich terug tot een 5-5 stand halverwege het derde bedrijf. Brant (3x) en Mollen maakten dit mogelijk. Een omstreden treffer van Eddy Ljubicic vier minuten voor tijd deed Geleen de das om, eindstand Geleen 5 tegen Rotterdam 6.
In de return in de Maasstad stevenden de Smoke Eaters op de finale af, nadat Rick Boh in de eerste en Hartogs en Mollen in de tweede periode de Rotterdamse goalie passeerden. Deze comfortabel lijkende voorsprong konden de mannen van captain Van den Thillart echter niet vasthouden. De Rotterdammers verschalkten Jeff Vijfschaft twee maal. En hoewel Geleen de match met 3-2 won, verloor het de serie. In deze "two games total goals" serie scoorde de opponent op "vijandelijk" ijs meer treffers dan Geleen in de Maasstad.
1991-1992
In het volgende seizoen zou het anders gaan, dacht men. Voor het eerst werd in de vorm van Meetpoint Amusement een sponsor binnengehaald die met een meerjaren plan werkte. Als coach werd tot ieders verrassing George Peternousek binnengehaald en Troy Binnie verving Shawn Harrison, die het vorige seizoen na een salarisconflict al voortijdig vertrokken was. De "B-train" (Brant, Boh en Binnie) was hiermee compleet. Mike Pellegrims keerde terug uit Utrecht en ook zag het er dat seizoen lang naar uit dat er voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse IJshockey een Russische speler onder contract zou staan. Nicolay Vakurov liet op enkele trainingen oogstrelende acties zien, maar zou ze nooit in wedstrijdverband kunnen etaleren. Visumproblemen, gecombineerd met de penibele situatie in zijn thuisland (het uiteenvallen van de Sovjet-Unie), leidden ertoe dat hij na enkele weken terugkeerde naar Moskou. Vakurov, die in vergelijking met de Tilburgse aankoop Igor Akulinin absoluut vele malen hoger aangeschreven kon worden, was zelf diep teleurgesteld over de gang van zaken.
Peternousek bleek na 9 wedstrijden toch niet de juiste man op de juiste plaats, en begin november werd Cliff Stewart (o.a. voormalig headcoach Amsterdam en ex-bondscoach van Nederland) de nieuwe coach. De makelaar uit Thunder Bay had discipline hoog in het vaandel staan. Zo werden alle spelers na de wedstrijd geacht in pak in de kantine te verschijnen. Deze aanpak leek vruchten af te werpen. Alle finales werden gehaald. De halve finale tegen Agpo Trappers Tilburg werd een revanche voor de verloren bekerfinale van enkele weken daarvoor (uitslag 2-5, beide Geleense doelpunten gescoord door Joep Franke))
De eerste wedstrijd in Tilburg ging dik met 9-3 verloren en de meeste kenners gaven Geleen weinig kans op het halen van de finale. Maar door een 6-3 thuisoverwinning, een sensationele 4-3 overwinning in de Pellikaanhal en een zinderende overtime in Geleen (5-4, de winnende goal kwam van Risto Mollen) stond Eaters wederom in de finale, ditmaal tegen Pro Badge Utrecht waarvan de supporters de Geleense ijshal nog geheel ongevraagd verbouwden in de eerste thuiswedstrijd.
Ook nu speelde het finalesyndroom de Eaters parten en werd er verloren (3-4, 6-4, 3-4 en 3-5).
Wel werd Rick Boh dat seizoen topscorer in de eredivisie, en eindigden Brant en Binnie in dat klassement op respectievelijk de derde en vijfde plaats. De B-train was in 38 wedstrijden goed voor 220 punten (110 goals, 110 assists) !
1992-1993
Dan zal het nú moeten gebeuren, dacht men aan de vooravond van het 25e seizoen. De "B-train" bleef intact en denderde voort. Met Brian de Leeuw en Danny Schalij werden tevens twee uitstekende Nederlandse Canadezen vastgelegd. Tommie Hartogs keerde na een jaar in Tilburg weer terug in Geleen en verder verscheen er nog een speler op het Geleense toneel wiens naam nog bij velen een glimlach oproept: Jamie Vanderhorst.
Voor het eerst in het bestaan van de club speelde de Eaters Europacup 1. Utrecht was direct na het behaalde kampioenschap failliet gegaan, en Geleen werd gevraagd hun plaats in te nemen. In de eerste ronde trof men in Villach de thuisploeg en het gevreesde Dynamo Minsk, de Wit-Russische en voormalige Sovjetkampioenen.
De eerste wedstrijd tegen VSV ging met 5-1 verloren, maar in de tweede wedstrijd steeg Meetpoint Eaters boven zichzelf uit. Dankzij een fabelachtig keepende Hans Baggen en een in topvorm verkerende Chris Brant werd favoriet Dynamo een gevoelige 2-1 nederlaag toegebracht. VSV had daarna geen kind meer aan de gedemotiveerde Witrussen en ging via opnieuw een 5-1 overwinning door naar de 2de ronde. "Die Rote Fresser", zoals er met ontzag over Geleen werd geschreven in de lokale kranten, waren weliswaar uitgeschakeld, maar konden het Europese strijdtoneel met opgeheven hoofd verlaten.
Later in het seizoen verkaste Troy Binnie naar Dallas en werd hij vervangen door de Oostenrijkse Canadees Rob Friesen. De veelbelovende Nederlandse Canadees Brian Bruininks brak in het duel tegen VSV Villach zijn enkel en zou de rest van het seizoen uitgeschakeld zijn. Hij werd kortstondig vervangen door Eddy Ljubicic, die echter veel van zijn glans als gladiator bij de Rotterdam Panda's had verloren. Hierop werd een van de meest controversiële maar ook zeker een van de beste imports, zo niet de beste in de geschiedenis van de Smoke Eaters aangetrokken: ex-Vancouver Canucks (NHL) Joe Charbonneau. Of hij een beslissende rol heeft gespeeld in het latere ontslag van Cliff Stewart is nog steeds niet helemaal duidelijk.
De beker was de eerste prijs in de geschiedenis van de Eaters. In Eindhoven werden de Gunco Panda's met 4-2 verslagen. Ron Berteling zette de Rotterdammers halverwege de tweede periode nog wel op voorsprong, maar daarna was het Geleen wat de klok sloeg. Door doelpunten van Brant, Charbonneau, Mari Saris en Risto Mollen werd de felbegeerde beker bemachtigd. Dat de Rotterdamse import Wayne Gagné daarna de eindstand nog op 4-2 bepaalde deerde eigenlijk niemand meer.
De hoofdprijs - de landstitel - was echter niet weggelegd voor Cliff Stewart: aan de vooravond van de play-offs werd hij vervangen door Doug Karcharvic (afkomstig van Mannheim). Achteraf bleek dit een nadelig effect te hebben op de prestaties van het team. De huizenhoge favoriet stuitte in de finale op Flame Guards Nijmegen dat het gebrek aan techniek ruimschoots compenseerde door vechtlust, inzet en allerlei tactieken die het daglicht niet konden verdragen.
Eerder werd in de halve finale Lepelaers Trappers Tilburg verslagen, door onder meer een verpletterende 10-2 overwinning in de laatste wedstrijd (6-1, 8-5, 3-5, 7-4, 10-2)
De finalereeks ging gebukt onder incidenten. Zo ging het team uit de Keizerstad in de derde wedstrijd van het ijs nadat de ploeg binnen een half uur op grote achterstand (7-0) werd gezet. Spelers (o.a. Maik Aertsen) hakten genadeloos op toeschouwers in en de Eaters keek het geheel met lede ogen aan. Deze wedstrijd werd dan ook reglementair met 5-0 door Geleen gewonnen. De eerste wedstrijd was al met 7-2 gewonnen, terwijl in Nijmegen met 3-6 werd verloren.
De NIJB greep niet adequaat in en schorste slechts een klein aantal spelers (Maik Aertsen, Ben Tijnagel, Alex Schaafsma en coach Danny Cuomo) in plaats van de club te bestraffen.
Geleen nam in de vierde wedstrijd in Nijmegen wel een 3-0 voorsprong, maar de ploeg zakte op onvoorstelbare wijze in elkaar: 3-4. Nijmegen zag haar kans schoon en wist de vijfde wedstrijd in Geleen zelfs met 2-3 te winnen, maar slechts nadat de confrontatie opgeschrikt werd door een heuse bommelding waardoor de wedstrijd onderbroken en de "bomvolle" ijshal ontruimd werd. Vandaag de dag spreekt men in Geleen nog schande van dit incident en is men er van overtuigd dat de dader in het Gelderse gezocht moet worden.
Sommigen weten zelfs te melden dat de Nijmeegse spelersbus de gehele wedstrijd met draaiende motor op de parkeerplaats heeft gestaan zodat de spelers in een warme omgeving konden wachten terwijl de Geleense spelers en scheidsrechter Tamme Engelsman buiten in de kou (het vroor een paar graden) tussen het publiek stonden. De waarheid zal hoogstwaarschijnlijk nooit boven water komen.
Nadat de laatste wedstrijd met 3-7 verloren ging, ging de titel dus wederom aan de Geleense neus voorbij. Rick Boh werd tijdens de competitie nog op een amateuristische maar daarom niet minder mis te verstane wijze getrakteerd op een drievoudige kaakbreuk dankzij een stickslag van Nijmegenaar Ron Plamont. Bohs revalidatie vorderde maar langzaam, en Rick zou het niveau van vóór de aanslag niet meer halen. Hij hing hierop (op 29-jarige leeftijd) zijn schaatsen aan de wilgen en begon een ijshockeywinkel in Noord-Amerika.
1993-1994
Het volgende seizoen liet men niets aan het toeval over. Met Al Raymond, Lester Arts, Frank Versteeg, Robert Arabski en Shane MacEachern als belangrijkste versterkingen kende de Geleense selectie vrijwel geen zwakke plekken. In 30 competitiewedstrijden werd 28 keer gewonnen, 0 keer gelijkgespeeld, en slechts 2 keer verloren. Doelsaldo 314-57. Dat deze 2 verlieswedstrijden uitwedstrijden tegen Tilburg waren, gaven echter al een indicatie van wat komen zou.
Ook de bekercompetitie werd voortvarend afgesloten. Er werd in Tilburg met 3-4 (weer) verloren, voor de rest werden alle wedstrijden ruim gewonnen. In de finale in Eindhoven waren de geslepen Couwenberg Trappers Tilburg echter met 1-3 te sterk.
In de halve finale van de play-offs werden de Gunco Panda's simpel opzij gezet (6-2, 3-0, 8-1 en 10-3).
Het toenmalige bestuur had echter (net als het jaar ervoor) de kapitale fout gemaakt coach Doug Karcharvich zes weken voor het einde van het seizoen te ontslaan. Doug McKay werd voor de onmogelijke taak gesteld om binnen enkele weken een complete systeemverandering door te voeren. Karcharvich was het hele seizoen voorstander geweest van aanvallend ijshockey. McKay gooide het over een defensieve boeg. Zulke systeemveranderingen zijn simpelweg niet binnen enkele weken door te voeren.
In de finale wachtte Tilburg. De onderlinge rivaliteit bereikte een hoogtepunt, en iedere wedstrijd zinderde van spanning. De cijfers zeggen genoeg: 6-3, 4-5, 3-1, 3-4, 3-5, 2-3. Wederom ging de allesbeslissende thuiswedstrijd verloren, mede door beslissende fouten van coach McKay (3-5). Dit kan hem echter slechts ten dele aangerekend worden.
Omdat het ijshockeyklimaat in Nederland danig verslechterd was en er later zelfs een nuloptie ingevoerd werd, trokken verschillende spelers hieruit hun conclusies. Sterspelers en teamdragers als Tommie Hartogs, Mike Pellegrims, Shane MacEachern en Chris Brant vertrokken naar het buitenland.
1994-1995
Hatulek werd sponsor en Steve Gatzos werd de nieuwe coach. Het verlies aan goede spelers werd, op het eerste gezicht, meer dan uitstekend opgevangen. Op papier hadden de Hatulek Heaters veruit het sterkste team van de competitie. Bijna de helft van het nationale team speelde aan het begin van het nieuwe seizoen voor Geleen. Met onder andere Danny Thie, Marty Goeree, Eric Dandenault, Alex Schaafsma, Jamie Vanderhorst en Leo van den Thillart in de defence en Theo Krüger, Robert Herckenrath, Tommie Speel, Mark Bultje, Rob Atkinson en Jay Luknowsky als versterkingen voorin leek dit team onverslaanbaar. De eenheid binnen het team was echter ver te zoeken, en nadat binnen enkele weken bleek dat het bestuur de salarissen zou moeten verlagen, was de helft van de selectie in no time alweer vertrokken. Krüger en Herckenrath kwamen de rest van het seizoen uit voor Eindhoven, Leo van den Thillart ging Mike Pellegrims achterna en vertrok naar Amiens, Eric Dandenault kreeg een zak Italiaanse lires voorgehouden en Jamie Vanderhorst ging in Engeland voor de Cardiff Devils spelen. Tot overmaat van ramp raakte de subliem spelende Mark Bultje ernstig geblesseerd, waardoor hij een groot aantal wedstrijden moest missen.
In de bekercompetitie behaalde Eaters nog wel de eerste plaats. Zelfs in Tilburg werd gewonnen (3-4), maar in de finale werd met desastreuze cijfers van datzelfde Tilburg verloren (1-8).
Na de kerst waren er alweer nieuwe imports te bewonderen: met veel tamtam werden Chris Belanger, Kerry Angus en (voor korte tijd) Steve Chelios (broer van toenmalig Chicago Blackhawks speler Chris) binnengehaald. Belanger en Angus vielen echter door de mand zoals geen enkele import ooit tevoren en Chelios bleek meer over praatjes dan over ijshockeykwaliteiten te beschikken. De spanning in de competitie ontbrak totaal en door de teleurstellende (eind)resultaten van voorgaande jaren gecombineerd met de heibel binnen de selectie bleven de supporters massaal weg.
De competitie werd afgesloten met een tweede plaats, Fulda Tigers Nijmegen werd in de halve finale met 0-3, 6-4, 6-3 en 7-5 verslagen, en weer stond men in de finale tegenover Couwenberg Trappers Tilburg. De winnaar stond dit keer echter al van tevoren vast. Geleen speelde geen rol van betekenis en verloor kansloos met 4-5, 2-5 en 2-14. Deze laatste nederlaag, de zwaarste sinds 1984, betekende de aanzet tot het definitieve verval van Smoke Eaters Geleen.
1995-1996
Het ijshockey in Geleen scheen op sterven na dood en de geschiedenis scheen zich te herhalen: deed men in 1975 bewust een stap terug, ook nu overwoog men in de tweede divisie te gaan spelen.
Initiatiefnemers Harrie Loos, Govert van der Vaart, William Bastiaan (respectievelijk manager, voorzitter en penningmeester in de Meetpoint jaren) en Piet Gardeniers (jarenlang supporter en middenstander in Geleen) luidden de noodklok toen de stichting van het Hatulek Heaters seizoen plotseling het faillissement aanvroeg. Jerome Hennekens, Lex Eckhardt, Walter Lennertz en Guido Hoedemakers sloegen de handen ineen om het ijshockey te redden en vormden een nieuw bestuur dat letterlijk helemaal opnieuw moest beginnen. Zo waren er nauwelijks nog sponsoren maar wel veel schulden. Bovendien wilde de NIJB geen licentie meer verlenen. In Schouten & Nelissen werd een serieuze hoofdsponsor gevonden maar het voortijdig uitlekken van de sponsorkandidatuur deed het Zaltbommelse bedrijf echter besluiten op het laatste moment af te haken. Het nieuw geformeerde bestuur zag zich meteen met een dilemma geconfronteerd: stoppen of doorgaan. De spelers werd openheid van zaken gegeven; behalve een minimale onkostenvergoeding had het bestuur hen weinig meer te bieden.
Er kwam een spelersraad o.l.v. Lester Arts waarmee de clubleiding wekelijks contact had en met de boeken op tafel overleg had. Dat schiep een grote betrokkenheid bij de spelers. De vergoeding die de spelers was beloofd, moest zelfs worden ingetrokken omdat er geen geld was. De spelers lieten de supporters echter niet in de steek en besloten toch te spelen. Vrijwel wekelijks werden er bij de kassa’s brieven van het bestuur aan de supporters uitgedeeld, waarin telkens de stand van zaken werd uitgelegd. Dat leidde tot grote trouw van de supporters.
Cliff Stewart werd verrassend genoeg de nieuwe coach. Waardevolle spelers als Marcel Nijland, Marcel Houben, Brian de Leeuw, Al Raymond en Lester Arts waren nu de dragers; het team speelde in de shirts van de B-jeugd en werd aangevuld met jeugdspelers als Joris Peusens, Peter Hennekens, Maarten Loos, Juul Cuypers, Alf Philippen en Carl van Neer plus de imports Travis Seale en Eric Villeneuve. Voor het sterk verjongde team van Eaters Geleen was de bekercompetitie, waarmee het seizoen begon, slechts een goede voorbereiding om de strijd om de landstitel. Onder leiding van Cliff Stewart en omdat oudere spelers de jongere op sleeptouw namen en de jongere bereid waren naar de meer ervaren spelers te luisteren, werd er een vechtlust aan de dag gelegd die de fans aangenaam verraste. Gemiddeld 750 toeschouwers bevolkten de tribunes, die na elke wedstrijd - ook na nederlagen - met een staande ovatie afscheid namen van hun team. In de bekercompetitie speelde Smoke Eaters Geleen een ondergeschikte rol. Aanvaller Chris Eimers brak in de eerste wedstrijd tegen Nijmegen zijn onderarm en was tot vlak voor kerst uitgeschakeld. De op Barbados (!) geboren Canadees Travis Seale ontpopte zich met 11 assists en 12 doelpunten in 10 wedstrijden tot de nieuwe ster.
Half november begon de strijd om de landstitel. Huizenhoge favorieten voor de finaleplaatsen in de play-offs waren Tilburg en Nijmegen - tevens de hoofdrolspelers in de bekerfinale. Uiteindelijk pakte het ook zo uit, maar niet nadat de Eaters het Tilburg in de halve finale meer dan moeilijk maakten. Voordat dat gebeurde, stelde het clubbestuur begin december vast dat de financiële situatie een herinvoering van de onkosten vergoeding mogelijk maakte. Tijdens het kerstreces werd duidelijk dat Chris Eimers naar het Engelse Hull zou verhuizen en gevreesd werd dat meer spelers zijn voorbeeld zouden volgen. Geruchten deden de ronde dat de imports niet meer zouden terugkeren. Iedereen bleef echter en kwam terug (ofschoon Travis Seale pas de derde wedstrijd weer van de partij was). Bovendien was er het langverwachte debuut van de Belgische international Tim Vos. Na een kansloze eerste nederlaag in 1996 volgde 2 dagen later de meest memorabele wedstrijd van het seizoen, toen de piepjonge Eaters de torenhoge favoriet Nijmegen in Glanerbrook met 7-6 versloeg. Een week later stond de nieuwe Nederlandse Canadees Willem Pomp in de Eaters line up en was ook Travis Seale er weer bij. De week daarop werd de nieuwe tweede goalie Patrick Fredriks gepresenteerd. Er waren verrassende puntendelingen en onverdiende nederlagen. Eaters Geleen speelde met Heerenveen om de derde plaats - de nummers 1 en 2 zouden gevrijwaard zijn van strijd in de kwartfinale - maar uiteindelijk eindigde men als vierde. De vierde plaats in de eindstand van de reguliere competitie, koppelde Eaters in de best of three reeks van de kwartfinale aan CP&A Kemphanen uit Eindhoven, een ploeg die een spelstijl hanteerde dat voor het Geleense team, getuige de drie gelijke spelen uit 4 competitieduels, nogal wat problemen opleverde. Met name hierdoor werd een spannende reeks verwacht, maar de Kemphanen hadden als gevolg van financiële strubbelingen nogal wat veren gelaten en strijdlust ingeleverd. De mannen uit de lichtstad konden geen vuist maken en zo wonnen de Eaters hun uitwedstrijd (de volgorde werd op verzoek van Geleen dat thuisrecht had, omgedraaid) met 4-7 en eindigde een dag later voor Eindhoven het ijshockeyseizoen met een 7-1 nederlaag aan de Kummenaedestraat. De Eaters plaatsten zich dus zonder problemen voor de halve finale, waarin aartsrivaal CVT Keukentrappers uit Tilburg zijn opwachting maakte. De Geleense aanhang laakte de dubbelrol van Tilburg-coach Doug Mason (naast coach in Tilburg was hij ook nog bondscoach; bovendien zou hij volgens de Limburgers een dubieuze rol gespeeld hebben in tucht- en andere zaken). De Brabanders hadden in voorgaande wedstrijden (niet alleen tegen Geleen) een hooghartigheid aan de dag gelegd die om afstraffing smeekte. Tilburg was favoriet, Geleen de underdog: dat was wel eens anders geweest. Tilburg had moeite met deze rol, die het jeugdige Geleen in de kaart speelde. Cliff Stewart had zijn team goed op de rails en vooral mentaal sterk gemaakt. Bovendien stonden de aanvallers Al Raymond en vooral Brian de Leeuw op scherp, terwijl goede verdedigers als Lester Arts en Eric Villeneuve de duivelse goalie Marcel Nijland achter zich wisten. Dit, in combinatie met de jeugdige vechtlust van Joris Peussens en Dennis Willemse, zorgde in de eerste halve finale wedstrijd in Tilburg voor een verrassing. Na 2 periodes hadden de Geleense gasten een 1-3 voorsprong genomen. Tilburg had er echter voor gezorgd dat Brian de Leeuw geblesseerd het ijs verliet, nadat ook al de Geleense Belg Koen Hermans na een onbesuisde actie van een Tilburgse aanvaller met een ernstige oogblessure was uitgevallen. Het lot van Tilburg hing aan een zijden draadje, maar na een zeer omstreden doelpunt trok de favoriet in de laatste minuten van de wedstrijd toch nog de volle winst naar zich toe. De nederlaag werd toegeschreven aan de dubieuze tactiek van de Brabantse ploeg en met name het twijfelachtige optreden van de scheidsrechter die Smoke Eaters Geleen in de slotfase onnodige tijdstraffen had bezorgd. Een (zinloos) officieel protest volgde met de eis de laatste periode over te spelen. De Limburgse fans reageerden woest en verwelkomden de Trappers bij de eerstvolgende thuiswedstrijd met levensgrote spandoeken waarop de Geleense supporters hun mening niet onder stoelen of banken staken. De Eaters startten aanvallend maar wisten geen munt te slaan uit hun kansen; verscheidene powerplay situaties werden niet uitgebuit en de gasten antwoordden met 2 doelpunten. In de tweede periode drie Geleense doelpunten, waarvan er één om onduidelijke redenen werd afgekeurd. In de derde periode speelden beide ploegen behoudend. De thuisploeg vond vijf minuten voor het einde als eerste het net, een treffer die euforisch werd gevierd. Een halve minuut later echter had de tegenstander keihard teruggeslagen met twee doelpunten binnen 21 seconden en zorgde met een volgend doelpunt voor de 3-5 eindstand. Eaters Geleen had zich leeg geknokt en zou zijn huid ook in de derde wedstrijd duur verkopen. Na de eerste periode stond er nog geen score op het bord; Tilburg had het grotere spelaandeel, maar de Geleense verdedigers met een weergaloze Marcel Nijland in het doel stonden hun mannetje. In de tweede periode nam Tilburg de leiding maar slaagde er niet in deze voorsprong uit te bouwen; Eaters maakte zelfs verrassend gelijk. Dit was eigenlijk het laatste wapenfeit van Eaters Geleen van dit seizoen. Tilburg scoorde en kreeg een derde doelpunt cadeau van de scheidsrechter. De Brabanders gingen door naar de finale tegen Nijmegen (om later landskampioen te worden) en de meegereisde Eaters fans bedankten hun team met een levensgroot spandoek "THANKS FOR A GREAT SEASON".
1996-1997
Lester Arts en Marcel Nijland hadden de Eaters nu ook verlaten en speelden met ingang van dit seizoen bij het uit de dood herrezen Heerenveen. Het seizoen begon voor Geleen met nogal wat trammelant. Een privé-sponsor had ervoor gezorgd dat de Duitse all-star Frank Gentges zijn opwachting aan de Kummenaedestraat maakte. De financiële toezeggingen van deze sponsor werden echter niet helemaal waargemaakt en de club kon zich de salarisaanvulling niet veroorloven. Gentgens bleef bij zijn salariseisen en toen hij in de eerste wedstrijd met een misconduct van het ijs werd gestuurd, was de bok vet. De club leek in plaats van een crack een probleem in huis te hebben gehaald. Gelukkig lonkte Nijmegen en vertrok Gentgens naar de Keizerstad. Maar ook daar ontstonden al spoedig problemen tussen Gentges en de club met als gevolg dat hij weer naar Duitsland terugkeerde. Ook de nieuw aangetrokken Jason Smart bleef niet lang in Geleen en hij dupeerde de club door bij zijn vertrek Eaters-eigendommen mee te nemen.
Coach Cliff Stewart was de volgende die het veld moest ruimen, toen de samenwerking met de spelersgroep niet optimaal bleek. Oud-speler Willy Zwarthoed werd vanaf 25 oktober de nieuwe coach, die wel de opdracht van het bestuur uitvoerde om meer met jeugdspelers en 3 aanvalslijnen te spelen. Verzekeraar Datak werd hoofdsponsor maar ook deze samenwerking bleek geen lang leven beschoren toen bleek dat achter de nieuwe geldschieter een oplichter zat. Het bestuur zag zich dan ook genoodzaakt de banden met Datak onmiddellijk te verbreken. Deze extra financiële tegenslag deed de club in feite de das om. Het voorlopig laatste jaar in de hoogste afdeling van het nationale ijshockey verliep sportief gezien kleurloos en geruisloos. Ondanks de inzet van de imports Lamonte Polet, Ryan Pellaers en Vito Marciello en de ervaring van onder andere Roger Borger en Willy Nijsten eindigde men als vijfde in het bekertoernooi en als vierde in het kampioenschap. In de halve finales werd Eaters uitgeschakeld door Fulda Tigers Nijmegen (5-8, 3-4, 1-13, 1-8). Al Raymond werd topscorer met 37 doelpunten en 28 assists in 37 wedstrijden.
1997-1998
Na het seizoen 1996/97 werd gestopt met ijshockey op het hoogste niveau voor een tijd gestopt. Officieel bleef alleen de jeugdafdeling bestaan en werd het eerste team opgeheven. Spelers uit Geleen e.o. speelden onder leiding van Al Raymond en Marcel Houben twee seizoenen lang in de eerste divisie. In het eerste jaar won men (geheel onverwacht) al meteen het nationale kampioenschap (ten koste van de Jordens Lions uit Dordrecht) en de Coupe der Lage Landen (tegen Den Bosch). Ook de supportersaantallen bleken ver boven verwachting.
1998-1999
Ook in het seizoen '98/'99 was Geleen het sterkste in zowel de competitie als in de Coupe der Lage Landen. De stap naar de hoogste afdeling werd om financiële motieven nog niet haalbaar geacht. Tóch bleek de 2de divisie te zwak voor de Eaters en besloot men de stap terug naar de juist gevormde Superliga te wagen.
1999-2000
In dit seizoen draaiden de Eaters weer op het hoogste niveau mee. De basis van de afgelopen twee jaren bleef bestaan. Vanuit Den Haag kwamen de aldaar mateloos populaire Tsjech Petr Jezek, samen met het pas 19-jarige Russische defence-talent Stanislav Nazarov, over. Verder keerden Joris Peusens en Koen Hermans terug op het oude nest en versterkte ook Jaroslav Sipek de Geleense gelederen. Het team werd verder aangevuld met enkele jeugdige Eaters-talenten, zoals Christian van Sloun, Carl van Neer, Alf Philippen, Tonny Vorselen, Brad Harris en Hagenaar Elmert Kuik.
De algemene doelstelling van het bestuur was om vooral niet afgeschoten te worden met dit jonge en onervaren team. Deze doelstelling werd meer dan overtroffen. Ieder gerenommeerd team in de Superliga moest over het gehele seizoen minimaal 3 punten in Geleen achterlaten. De bekercompetitie werd afgesloten op een vijfde plaats, duidelijk was dat dit team tot meer in staat was. De falende import Dennis Dunphy werd vervangen door de Tsjechische crack Marian Uharcek en men deed meteen weer mee om een plaats in de play-offs. Dat deze in het laatste weekend op het nippertje niet werden gehaald (Amsterdam kroop op de laatste speeldag langszij), lag eerder aan het gebrek aan ervaring en inhoud van het team (12 van de 23 spelers waren 21 of jonger), dan aan de inzet en teamprestatie. Glanerbrook stroomde ook iedere week weer vol, vaak met meer dan 1000 toeschouwers.
Wat restte voor de ploeg was de strijd om de Hans Teengs Gerritsen-Bokaal.
2000-2001
Het bestuur had duidelijk geleerd van het feit dat het de spelersgroep in het voorafgaande seizoen ontbrak aan ervaring en fysieke kracht. Goaltjesdief Marian Uharcek, die de laatste wedstrijden van het seizoen 1999-2000 had moeten missen door een zware schorsing na een reactie naar een linesman, vond dat hij iets goed te maken had richting het Geleense publiek en bleef bij de Eaters ondanks andere aanbiedingen. De goede samenwerking met de Oost-Europese spelers en de contacten van Uharcek leverden twee versterkingen op. Na deelname aan een toernooi in Turnhout en een uitnodiging om op de afscheidswedstrijd van Al Raymond acte de presence te geven, werden verdediger Pavel Resetka en de geroutineerde aanvaller Milan Pazitka aan de selectie toegevoegd. Tijdens het trainingskamp in het Tsjechische Nymburk kwam daar ook nog verdediger Martin Skara bij. Bovendien werd de beste goalie van Nederland voor twee jaar vastgelegd: de in Geleen geboren, getogen en woonachtige Honoré Loos van landskampioen Nijmegen. Aan het roer kwam een Belgische trainer/coach: Jos Lejeune, met als assistent Wil Zwarthoed.
Ruijters Eaters was niet alleen qua ervaring en fysieke kracht gegroeid ten opzichte van het voorgaande seizoen. Ook in de speelwijze was er een kentering te zien naar het meer technische ijshockey van Tsjechië/Slowakije. Ongewoon voor Geleense begrippen waren de ijshockeyende oplossingen die Resetka, Pasitka en Skara vaak uit hun mouw schudden in hachelijke situaties. Het eerste team dat hier ten prooi aan viel was Tilburg. De hoge Brabantse verwachtingen voor de afsluiting van hun open dag werden wreed het ijs in geboord door de Eaters die het vriendschappelijke partijtje met 0-3 wonnen…
De verwachting in Geleen rond het team groeide en de Eaters maakten deze in de bekercompetitie meer dan waar. Als enige konden zij Diamant Trappers uit Tilburg bijbenen en plaatsten zich op één puntje achter de Brabanders voor de finale medio januari in Eindhoven. De voorronde om het kampioenschap verliep minder vlekkeloos, mede als gevolg van een blessure van "regisseur" Pazitka (schouder uit de kom). Daarnaast moesten de imports een aantal wedstrijden missen vanwege problemen met hun papieren, waardoor ze na het kerstreces hun land niet konden verlaten. Ondanks een tomeloze inzet van de andere spelers werden Uharcek, Jezek, Pazitka, Resetka en Skara node gemist en gingen kostbare punten verloren in de race om play-off deelname.
Na terugkomst van de imports werd nog iets duidelijk: de selectie was te smal. Daarnaast miste de ploeg het killerinstinct om in de bekerfinale goed partij te kunnen bieden. Geleen had in de beginperiode weliswaar het betere van het spel maar wist de kansjes die het kreeg niet te verzilveren. Het Tilburgse collectief gaf uiteindelijk een lesje in doeltreffendheid en stuurde alles wat blauw/wit was met een geflatteerde nederlaag en kater terug naar Geleen (0-6).
Ruijters Eaters had moeite om deze mentale klap te verwerken. Wedstrijden werden op individuele klasse maar allerminst door overtuigend (samen)spel gewonnen. Uiteindelijk werden de play-offs tóch gehaald via een goede 2e plaats achter het ongenaakbare Tilburg. Nijmegen volgde de Limburgers op de voet. De Tigers bedienden zich vervolgens in de tussenronde van alle impopulaire maar toegestane middelen om een zo gunstig mogelijke uitgangspositie voor de halve finale te verkrijgen.
De halve finales werden gespeeld tussen Tilburg en Heerenveen (dat zich in de tussenronde ten koste van Den Bosch en Amsterdam voor de 4e play-off plek had geplaatst) en Nijmegen en Geleen. Terwijl Tilburg de grootste moeite had om Heerenveen uit te schakelen, was Nijmegen op ouderwetse wijze de baas in de serie tegen Ruijters Eaters. De Limburgers, die nauwelijks twee mentaal en fysiek compleet fitte aanvalslijnen op het ijs wisten te brengen, moesten de tol betalen voor de smalle selectie. Ondanks thuisrecht ging de 1e wedstrijd verloren (3-4) en ook in de 2e partij moest Geleen buigen voor de titelverdediger (7-3). In de 3e wedstrijd (6-4) werd de marge teruggebracht naar 1, maar tijdens het vierde duel in het Nijmeegse Triavium, leek het weer mis te gaan. Na de eerste periode keken de gasten tegen een 3-0 achterstand aan en maakten de Gelderse fans zich al op voor de finale toen de bezoekers plots ongekende veerkracht toonden. In wat wel eens de laatste wedstrijd van Eaters-captain Marcel Houben zou kunnen worden, zette Geleen in de 2e periode de wedstrijd naar zijn hand. Via doelpunten van Uhar, Jezek en Sipek (die de gelijkmaker scoorde terwijl Start-radioverslaggever Ben Dols live in de uitzending zat) had Geleen plots de betere papieren. En toen - uitgerekend - Marcel Houben in de slotperiode Eaters de winst bezorgde, wisten de Geleense fans het zeker: de finale kwam eraan.
Maar dan moest er wel nog één keer gewonnen worden tegen de beresterke Tigers. De allesbeslissende 5e wedstrijd zou echter een ontnuchtering worden voor alles wat Geleen een warm hart toedroeg. In een uitverkochte (!) ijshal van Glanerbrook deden spelers en fans het finale-syndroom nog eens dunnetjes over en plaatste Nijmegen zich tenslotte kinderlijk eenvoudig (0-4) voor de finale. Toch kon Ruijters Eaters terugkijken op een sportief geslaagd seizoen en was het zaak om de zwakke plekken te versterken om voor 2001/2002 de gestelde doelen te bereiken. Zowel Petr Jezek als Marian Uharcek eindigden hoog in de nationale topscorerslijsten. Daarnaast kan de oprichting van de Supportersvereniging Smoke Eaters in de loop van het seizoen 2000-2001 als belangrijke gebeurtenis vermeld worden.
2001-2002
De Eaters hadden in de zomerperiode de nodige veranderingen ondergaan: een nieuwe stichting (STIJSG) met een nieuw bestuur dat onder het motto "continuïteit door professionaliteit" een nieuwe wind door de organisatie liet waaien. De nieuwe teammanager Harrie Loos had de selectie op een paar plaatsen aangepast: Jesse Raekelboom, Hes Roelofs en Martin Skara keerden niet meer terug naar Geleen evenals coach Jos Lejeune. Belangrijkste nieuwe speleraanwinst was ongetwijfeld Leo van den Thillart, die na de hoogtijdagen van Meetpoint Eaters succesvol zijn heil in het buitenland had gezocht. Een ander bekend gezicht in Geleen was dat van Lamonte Polet die 4 seizoenen eerder al eens de Eaters-kleuren had verdedigd. Nieuw waren de Nederlandse-Canadees Ryan van Diemen en de Finse-Canadees Jouni Kuokkanen. Tot slot werd Manfred Wolf gepresenteerd als nieuwe coach. Een selectie met potentie, hetgeen bevestigd werd tijdens de vier oefenwedstrijden waarin de Eaters ongeslagen bleven en zelfs heel goed spel aan de dag legden. Geleen werd meteen gebombardeerd tot titelkandidaat…
Ook de competitieopzet had met het wegvallen van Den Bosch een metamorfose ondergaan. In de Superliga, die met Tilburg, Nijmegen, Amsterdam, Heerenveen en Geleen nu nog maar uit 5 ploegen bestond, werd in 5 speelrondes gespeeld, waarbij de eerste twee de bekerfinalisten opleverden en de bonuspunten uit de eerste drie het uitgangspunt vormden voor de kampioenschapronden 4 en 5. De eindstand na vijf ronden maakte duidelijk wie er niet zou deelnemen aan de play-offs.
In het begin van het seizoen ontliepen de deelnemende ploegen elkaar niet veel: iedereen kon van iedereen winnen. Maar ook verrassende uitslagen kwamen regelmatig voor: Amsterdam kon afgetekend van Heerenveen winnen maar in de rematch kon dat net zo goed andersom zijn.
Geleen had de eerste weken niet alleen last van de hoge verwachtingen, maar ook van een personeelstekort in de verdediging met een blessure voor Pavel Resetka en een schorsing voor Jara Sipek. Achterstand in de fysieke conditie was een additionele handicap. Na 8 wedstrijden eindigden de Eaters op een 4e plaats in de eerste speelronde wat 1 bonuspunt opleverde. Opvallend was dat de trend van het voorgaande seizoen - de slechte prestaties in uitwedstrijden - doorgezet werd, waarbij de 1-9 nederlaag in Heerenveen een triest dieptepunt vormde. Tilburg had met maar liefst 10 punten voorsprong op nummer 2 en met slechts 1 verliespunt na een OT-winst in en tegen Amsterdam verreweg de beste start van alle ploegen en plaatste zich daarmee moeiteloos als eerste voor de bekerfinale.
De 2e speelronde verliep niet zo gunstig voor Tilburg maar heel wat positiever voor Geleen. In deze 8 wedstrijden werden 4 punten meer behaald dan in de eerste ronde, nadat het eerste weekend puntloos bleef door nederlagen tegen Nijmegen en Tilburg. In november kwamen de blauw-witten (die Kuokkanen hadden ingeruild voor de Canadees Chris Baxter en de terugkeer van Lambert Keulen verwelkomden) ongeslagen uit 5 volgende wedstrijden. Hoogtepunt hier was de 3-0 winst op Tilburg; de regerend landskampioen kwam er het hele duel niet aan te pas en moest zelfs een uniek doelpunt (empty net) van de stick van Eaters-goalie Honoré Loos incasseren. Geleen eindigde door een verdere nivellering van de krachtsverhoudingen tussen de teams in de Superliga op een tweede plaats in de tweede ronde en behaalde daarmee 3 bonuspunten. Heerenveen nam de eerste plaats in en werd daardoor de tegenstander van Tilburg in de strijd om de Beker van Nederland.
De goede prestaties uit de 2e speelronde werden niet helemaal doorgetrokken in de 3e ronde, alhoewel ook hier de Eaters op de tweede plaats eindigden en dus weer 3 bonuspunten behaalden. Opvallendste uitslagen: de 1-7 thuisnederlaag tegen Tilburg, dat zich daarmee revancheerde voor de nederlaag uit de 2e ronde en het 4-11 verlies in eigen huis tegen Heerenveen. Dat deze uitslag gevolgd werd door een knappe 5-3 winst in Tilburg, kon niet verhullen dat er binnen de selectie iets goed mis was.
De vierde ronde (de kampioensronde) werd dan ook begonnen met vier nederlagen op rij, waarna Tilburg en Heerenveen de bekerfinale speelden in Eindhoven. Na een spannende wedstrijd trokken de Friezen in de verlenging uiteindelijk aan het langste eind: 3-2
De strijd om de play-off plaatsen begon voor Geleen stilaan dramatische vormen aan te nemen. Twee schamele puntjes werden na verloren penalty shots tegen Amsterdam en een verloren overtime tegen Tilburg bij elkaar gesprokkeld. Tot overmaat van ramp moest het thuisduel tegen Nijmegen na 1 periode gestaakt worden na een groot wak in het ijs. De NIJB besloot deze wedstrijd aan het eind van de 5e speelronde in zijn geheel over te laten spelen…
Tijdens de laatste speelronde werd de onrust in het Geleense kamp steeds groter. De roep om ontslag van coach Wolf werd steeds luider naarmate de kans op deelname aan de play-offs steeds kleiner werd. En kleiner werd die per weekend. De Eaters werden in hun eerste twee duels met 1-5 en 0-10 nederlagen naar huis gestuurd door respectievelijk Nijmegen en Tilburg. Herstel gloorde na een 7-3 thuiswinst op Nijmegen, de belangrijkste medekandidaat voor de laatste play-off plaats. Maar na een 1-5 verlies in Nijmegen en een 3-6 thuisnederlaag tegen Amsterdam, leek het pleit beslecht. Het aanblijven van coach Wolf hing aan een zijden draadje. Een schier onhoudbare situatie voor het bestuur. Tóch werd Manfred Wolf niet ontslagen, maar deed men een beroep op de spelers. Met nog 4 wedstrijden te gaan (inclusief de eerder gestaakte wedstrijd tegen Nijmegen) en 8 punten achterstand op datzelfde Nijmegen leek het een verloren seizoen…
Het eerste van de vier resterende duels was een midweekse wedstrijd tegen Tilburg, die met 5-2 werd gewonnen. De Eaters hielden daarmee de deur naar de play-offs op een kleine kier. Geleen bleef echter natuurlijk ook afhankelijk van de prestaties van Nijmegen en men had goede hoop dat de Gelderlanders thuis punten zouden morsen tegen Amsterdam, dat aan een indrukwekkende reeks bezig was en zich nadrukkelijk als titelkandidaat profileerde. Dat gebeurde echter niet en met de uitwedstrijd tegen datzelfde Amsterdam voor de boeg leek de missie onhaalbaar voor Geleen. Maar zoals zo vaak dit seizoen kwam er weer een verrassende uitslag: de Limburgers wonnen met 5-3 en de theoretische haalbaarheid van de play-offs werd met de wedstrijden Tilburg-Nijmegen en Geleen-Heerenveen in het vooruitzicht een realistische. Geleen besliste de confrontatie tegen de noorderlingen (5-3) in de laatste periode, terwijl de berichten uit Tilburg niet bemoedigend waren. Enkele minuten voor het eindsignaal leidden de gasten uit Nijmegen nog met 3-4 maar de Brabanders wonnen in extremis toch met 5-4…
De inhaalwedstrijd tegen Nijmegen vormde de apotheose van een wel heel raar seizoen. Desondanks een hoogtepunt voor de fans, die hadden gezien dat hun ploeg zich in de competitie uit een kansloze situatie terugknokte en zelfs de play-offs behaalde. Een verzwakt Nijmegen werd namelijk met 8-4 verslagen en zo was Amsterdam de volgende tegenstander. Geleen had echter haar kruit verschoten, was er tegen de hoofdstedelingen (met name in de Jaap Edenhal) dichtbij maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven. En kleine pleister op de wonde was het feit dat zij verslagen waren door de uiteindelijke landskampioen, die er in de finale tegen Heerenveen (dat verrassend Tilburg had uitgeschakeld) geen twijfel over liet bestaan wie de terechte kampioen van Nederland was.
2002-2003
Nog nooit gebeurde er in ijshockeyend Geleen tijdens een zomer zoveel als in 2002. Na een enerverend seizoen, waarin coach Manfred Wolf veelvuldig ter discussie stond en dat tóch positief werd afgesloten met het bereiken van de play-offs, besloot het bestuur verder te gaan met de Duits-Canadese oefenmeester en kon teammanager Jack America met diens verlanglijstje aan de slag om spelers vast te leggen. Vooraf was duidelijk dat Honoré Loos (die zijn goalieschaatsen aan de wilgen hing) en Leo van den Thillart (die er geen doekjes om wond bij Tilburg te gaan spelen) niet meer zouden terugkeren in de Geleense selectie. Met het aanblijven van Wolf was bovendien de verwachting dat de Oost-Europese inbreng bij de Eaters beperkt zou worden. De eerste nieuwe namen die gepresenteerd werden waren die van de Canadese goalie Craig Hillier (in 1998 nog gedraft door de Pittsburgh Penguins) en de verdedigers Bas de Haan en Tim Vos. In de aanval zouden de Nederlands-Canadezen Chad Euverman en Travis Albers de Geleense kleuren komen verdedigen. Lamont Polet en Ryan van Diemen keerden wel terug. America meldde voorts onderhandelingen met een Noorse international en een grote Canadees. De komst van die laatste twee ging echter niet door, evenals Travis Alberts.
Halverwege de zomer kwam echter het verrassende bericht dat het bestuur op haar beslissing om met Wolf verder te gaan, was terug gekomen. Achteraf bleek druk van spelers en sponsoren hieraan ten grondslag te hebben gelegen. Oud-speler en voormalig Eaters-coach Wil Zwarthoed ging de scepter zwaaien en plots kwamen goaltjesdief Petr Jezek en enfant terrible Marian Uharcek weer in beeld. Het feit dat Pavel Resetka, wiens kersverse echtgenote in verwachting was, niet terug zou keren bij de Eaters was een forse tegenvaller en uiteindelijk werd de lange Slowaak Pavel Ricar als vervanger aangetrokken. Tenslotte werd ex-Nijmegen Tiger Stefan Mega aan de selectie toegevoegd. Maarten Loos pakte met het wegvallen van coach Wolf zijn schaatsen weer uit het vet en uit de eigen jeugd kregen Tim Rams, Willem Kneepkens en Akim Ramoul een vaste plek op de bank. Iedereen wist dat er nog een speler ontbrak, een leider, en die werd uiteindelijk gevonden in The Chief, Chris Brant, die zijn Europese ijshockeyavontuur zoals beloofd in Geleen wilde afsluiten.
Met deze selectie ging coach Zwarthoed de voorbereiding in en speelde een aantal oefenwedstrijden tegen Ratingen (2x), Grefrath en Deurne. Het team speelde één duel gelijk, won de overige drie en begon vol zelfvertrouwen en hoge verwachtingen aan de competitie. In Tilburg werd kansloos met 4-0 verloren maar dit werd in de daarop volgende thuiswedstrijd weggepoetst. Na een 5-0 tussenstand na de eerste periode werd Nijmegen uiteindelijk op een 8-2 nederlaag getrakteerd. Die goede prestatie werd doorgetrokken in het 2e competitieweekend, waar in Heerenveen met 2-3 werd gewonnen, terwijl in Glanerbrook regerend landskampioen en torenhoge favoriet Amsterdam net te sterk bleek (5-6). De rematch in Amsterdam was net zo close (5-4) maar de daarop volgende 0-3 thuisnederlaag tegen Heerenveen luidde het verval in. In Nijmegen verloor Geleen niet alleen na penalty shots maar liep Jezek in de laatste shift van de verlenging een gevoelige schouderblessure op. De volgende thuiswedstrijd tegen Tilburg ging wederom verloren: 1-4. Na de eerste bonusronde kon de balans worden opgemaakt: met 7 punten uit 8 duels (die schril afstaken tegen de 21 van Amsterdam dat daarmee nadrukkelijke een plaats in de bekerfinale opeiste) en een doelsaldo van 24-30, stond Ruijters Eaters Geleen laatste en kreeg 0 bonuspunten.
In de tweede bonusronde ging het al niet beter, ondanks de komst van aanvaller Chris O'Donnell. Na drie nederlagen op rij (waaronder 10-1 verlies in Heerenveen en 1-7 thuis tegen Nijmegen) greep het bestuur in. Bas de Haan en publiekslieveling Chris Brant werden op non-actief gesteld en even later stapte coach Zwarthoed op, nadat het bestuur het vertrouwen in de oefenmeester had opgezegd. De Let Gints Bikars (de jeugdtrainer van Geleen) nam zijn plaats in en als versterking kwam ex-Tilburg Trapper, ex-Amsterdam Tiger en ex-Nijmegen Tiger, Jeff Mead, uit Amerika over. Na nederlagen tegen Tilburg en Nijmegen (waarbij goalie Hillier met een hersenschudding uitviel die hem wekenlang aan de kant zou houden), werden de Haan en Brant weer in genade aangenomen maar ook dit zette weinig zoden aan de dijk: in Amsterdam werd Geleen van het ijs geveegd (12-1) en thuis tegen Heerenveen trokken de Limburgers na een goede wedstrijd uiteindelijk toch aan het kortste eind (6-7). De bonusronde werd afgesloten met een inhaalwedstrijd tegen Amsterdam en die leverde de eerste punten voor coach Bikars op (6-3). Ook in deze bonusronde eindigde de zuiderlingen dus op de laatste plaats en bleef men bonuspuntloos. Amsterdam kreeg gezelschap van Tilburg in de eindstrijd op de Beker van Nederland in Eindhoven.
In de 3e bonusronde - een tussenronde tussen bekercompetitie en kampioensronde - stond er weer een nieuwe speler op Geleens ijs: de Canadese verdediger Brian McLaughlin, die de naar verluidt door heimwee gekwelde en vertrokken Pavel Ricar verving. Het tij werd hierdoor echter ook niet gekeerd - sterker nog: Ruijters Eaters kwam van de regen in de drup. 10-2 Verlies in Heerenveen werd gevolgd door een ontluisterende 3-12 thuisnederlaag tegen Amsterdam, waarbij de massale vechtpartij in de slotperiode lange tijd de media (ont)sierde. Hoofdrolspelers Chris Brant en de Amsterdamse verdediger Wes Swinson liepen tegen langdurige schorsingen op en laatstgenoemde zou zelfs helemaal niet meer terugkeren bij Amsterdam door een blessure en vermeend dopinggebruik. McLaughlin, wiens ijshockeykwaliteiten - èn vechtkunst - zwaar tegenvielen, werd weer naar huis gestuurd en nadat de volgende zes duels allemaal werden verloren waren de dagen van coach Bikars geteld. Ruijters Eaters Geleen was inmiddels bezig aan één van de slechtste seizoen uit zijn geschiedenis: het jaar 2003 en de kampioensronde startte met 0 punten.
Het bestuur toverde met Manfred Wolf een nieuwe coach voor het team uit de hoge hoed. Met Wolf keerde ook Petr Jezek weer terug in het team, eindelijk hersteld van zijn schouderblessure. Voor Maarten Loos was de terugkeer van Wolf aanleiding om zijn ijshockeycarrière met onmiddellijke ingang te beëindigen. Voor de overige spelers bleek het een gouden zet want Tilburg werd in eigen huis met 2-3 verslagen (waarbij Jezek alle treffers voor zijn rekening nam). De weg naar herstel leek ingezet: in Amsterdam was de thuisploeg pas na verlenging de sterkere (lees: de gelukkigere) en na nederlagen tegen Heerenveen en Nijmegen werd op 19 januari de derde (!) thuisoverwinning van het seizoen geboekt. De komst van Wolf bleek echter te laat en de tol van de eindeloze reeks nederlagen en andere negatieve factoren in en rond het team, bleek te hoog om de play-offs nog te kunnen halen. Het seizoen werd afgesloten met nipte nederlagen en wat puntjes na verlengingen en penalty shots die gemakkelijk op één hand te tellen waren. De Eaters fans konden in Glanerbrook geen overwinning meer vieren en uiteindelijk was iedereen blij dat het seizoen 2002/2003 voorbij was.
De Beker van Nederland ging overigens naar Amsterdam, dat Tilburg met maar liefst 6-0 versloeg. De hoofdstedelingen, die ook geacht werden met twee vingers in de neus het kampioenschap binnen te halen, balanceerden in de play-offs echter op de rand van uitschakeling tegen de Brabanders, die de titelverdediger dwongen tot een ultieme inspanning. In de andere halve finale was de strijd minstens zo spannend tussen Heerenveen en Nijmegen, waarbij de Gelderlanders zich uiteindelijk wisten te plaatsen voor de finale. Zo speelde de Tigers onderling om de landstitel, die tenslotte in Amsterdam bleef.
2003-2004
Andy Tenbult werd de nieuwe coach die drie jaar de tijd kreeg om van de ploeg weer een titelkandidaat te maken. Met maar 4 ploegen in de Super Liga, werd de competitie samen met vijf Belgische ploegen begonnen met de strijd om de Coup der Lage Landen. Deze werd na 16 wedstrijden overtuigend gewonnen door Heerenveen, gevolgd door Amsterdam, Tilburg en Geleen. De bekercompetitie kende ook een nieuwe opzet: na 12 wedstrijden werden twee halve finales gespeeld in een bekerfinaleweekend in Eindhoven. De Eaters werden daarin als vierde gekoppeld aan de nummer één Amsterdam. Twee periodes lang kon Geleen de hoofdstedelingen bijhouden (2-2) maar in de slotperiode (0-5) maakten de Bulldogs aan alle illusies een eind. Ook in de halve finale van de play-offs stuitte Geleen op Amsterdam. Na een hoopgevend eerste duel (6-4 verlies in Amsterdam) werd twee maal kansloos verloren (3-9 in Geleen en maar liefst 11-1 in de Jaap Edenhal) en was het seizoen voorbij. Spelers die voor Geleen uitkwamen waren o.a. Bob Teunissen en Dennis Unk, de goalies Björn Steijlen en Christian van Sloun, de imports Robert Dubois, Scott Farrel, en Matt Bruni en de Nederlands-Canadezen Nathan Vanderbaaren en de broers Nick en Josh Verbruggen. Eigen inbreng kwam van Jeffrey Mens (pas 14 jaar), Bas-Jan van Roekel, Bastiaan Claassens en Kelly Rouschop. Zelfs coach Tenbult bond nog twee maal de ijzers onder
2004-2005
Tenbult begon zijn tweede seizoen met oud-speler John van Sloun als assistent aan zijn zijde. De Oost-Europese verdedigers Richard Kazda en Marek Babic maakten hun opwachting in de ploeg en Dan Idema, Jamie Schaafsma, Dean Byvelds, Brad Smulders, Kyle Schutte en J.J. Vanderstam (afkomstig van de Trail Smoke Eaters) kwamen van het Noord-Amerikaanse continent. Niels van Sloun, Nigel Heijen en Jeffrey Mens tekenden voor vers Geleens bloed. Nijmegen en Den Haag keerden terug op het hoogste plan en er werd met vier Belgische ploegen gestreden om de Coup der Lage Landen. Amsterdam trok deze keer aan het langste eind en Eaters eindigde na 18 duels op een verdienstelijke derde plaats. In de bekercompetitie slaagde Geleen er niet in om bij de eerste vier te eindigen en liep daardoor de halve finales mis. De play-offs om het kampioenschap werden wel bereikt maar daarin bleek na een mooie 6-2 thuisoverwinning in het eerste duel, Heerenveen vervolgens toch een maatje te groot en ging de serie met 3-1 naar de Friezen.
2005-2006
De samenwerking met de Belgische ploegen werd niet voortgezet en de competitie werd begonnen met de strijd om de Beker van Nederland. Geleen eindigde hierin als derde en plaatste zich voor de halve finale tegen de nummer twee, Tilburg. De best-of-three serie trokken de Brabanders met 4-2 en 4-3 (OT) naar zich toe. In de strijd om het landskampioenschap eindigde Eaters ook op de derde plaats en werd net als het seizoen ervoor aan Heerenveen gekoppeld. Ook nu eindigde de serie met 3-1 in voordeel van de Flyers ondanks de constatering dat Geleen met Noord-Amerikaanse spelers als Ryan Held, Jamie Visser, Jason Silverthorn, Gary Zinck, Scott Wright, Brad McDonald, Derek Campbell en Steve Kruize aan kwaliteit gewonnen had.
2006-2007
Na drie seizoenen mocht Tenbult de scepter overdragen aan Dave Hyrsky. Brad Smulders keerde terug net als Lamonte Polet en Akim Ramoul. Erik Landman kwam naar Geleen evenals Casper Swart. Als imports kwamen Steve Farrer, Mike Walling, John Holmes, Clinton McConnell, Adrew Dickson, Brian McGarry en goalie Frank Novello. Lars Ivarsson werd de eerste Eaters-Zweed en Glenn en Scott Bakx vertegenwoordigden de eigen aanwas. Eaters kende een trage start. In plaats van de Coup der Lage Landen met Belgische teams, werd in twee poules met teams uit de eerste divisie om de Challenge Cup gespeeld met de poule-winnaars als finalisten. Geleen eindigde na de 10 duels op de derde plaats in Poule B achter Tilburg en Nijmegen. De daarop volgende bekercompetitie kende dezelfde eindstand, waardoor Nijmegen de tegenstander in de halve finale werd. Geleen verloor thuis in overtime maar verraste vriend en vijand door in Nijmegen een 2-5 overwinning te behalen. Het was het eerste echte succes en de ploeg raakte op stoom, zodat men als favoriet de bekerfinale tegen Amsterdam inging. Die ging jammerlijk verloren in de verlenging (2-3), waarbij de teleurgestelde Geleense coach nog een match penmalty kreeg. Maar de ploeg was ontketend en met topscorer McGarry in topvorm, eindigde Geleen op de eerste plaats. Hoe goed het team ook was en hoe gunstig de voortekenen ook waren, sport bleek ook nu weer onvoorspelbaar. En zo gebeurde het dat de titelkandidaat bij uitstek de halve finaleserie tegen Heerenveen kansloos (0-3) verloor.
2007-2008
Hyrsky bleek een eendagsvlieg voor Geleen. Het Eaters-bestuur kwam met de Duitser Ulrich “Uli” Egen als zijn opvolger. Egen was voormalig Duits international en had talloze wereldkampioenschappen en Olympische Winterspelen op zijn CV staan. Na zijn actieve loopbaan als speler had hij ook als coach een ruime ervaring en bovendien veel met jeugdspelers gewerkt. Hyrsky had het jaar ervóór eigen jeugd als Jeffrey Mens en Lars van Sloun aanvankelijk ingezet maar in de loop van het seizoen alleen met ervaren spelers gespeeld. Dat zou anders worden onder Uli. McGarry bleef bewaard voor de ploeg, evenals Farrer, McDonald en Ivarsson. Erik Tummers kwam terug op het oude nest en als nieuwe imports werden Ryan McLeod en (later) Jeremy Stasiuk aangetrokken. Van Oost-Europa kwamen Jan Kentos, goalie Tomas Kalousek en (later) Dusan Halloun. Frank Novello kwam gaandeweg het seizoen terug naar Geleen. Mens, van Sloun, Diego Winters en Glenn Bakx kwamen uit de eigen jeugd. De ploeg kende een moeizame start en wist zich met de hakken over de sloot en dankzij uitslagen van andere ploegen te plaatsen voor de halve bekerfinale. Tegenstander Tilburg had meer moeite dan verwacht maar besliste de best-of-three serie toch 2-0. Datzelfde Tilburg wachtte ook in de halve finale van de play-offs. De memorabele serie startte met een schokkende 1-2 overwinning van Geleen in het hol van de leeuw. Dankzij een uitmuntend staaltje taktiek en bijbehorende uitvoering, dreven spelers als Novello, McLeod en Stasiuk de Brabanders tot wanhoop. Toch ging de best-of-seven serie uiteindelijk naar de Trappers, ondanks een nog verrassendere Eaters-winst in Tilburg in de derde wedstrijd (2-3). Geleen slaagde er het hele seizoen in Glanerbrook niet in Tilburg te kloppen en uiteindelijk bleek de Eaters-koek op.
2008-2009
Mike Walling en Steve Farrer keerden terug op het Eater-nest en Benjamin Finkenrath (Nijmegen) werd de nieuwe goalie. Als nieuwe imports werden Kevin Saville, Jared Wiseman en KC Timmons aangetrokken, laatstgenoemde met ruime ervaring in de AHL. Ook werden. Jake Brenk en Casey Bartzen aan de selectie toegevoegd. Brenk was een aantal seizoenen eerder de grote smaakmaker geweest bij kampioen Nijmegen en Bartzen was een seizoen later er mede de oorzaak van dat Geleen dat op de eerste plaats was geëindigd in de competitie, kansloos werd uitgeschakeld door Heerenveen. Mens, van Sloun, Winters, Tummers en Keulen zorgden voor de eigen inbreng. Na de eerste trainingen en ongeslagen status na vier oefenwedstrijden (zonder Saville) tegen Belgische en Duitse ploegen, waren de verwachtingen hooggespannen. De eredivisie bestond uit maar liefst negen ploegen, met Utrecht en Eindhoven als nieuwelingen. De bekercompetitie werd echter een kleine ramp en Geleen bleef in het eerste weekend puntloos met een pijnlijke 2-5 thuisnederlaag tegen Groningen als eerste dieptepunt van het seizoen. Opvallend was dat de ploeg van Uli Egen het tegen topploegen als Den Haag, Tilburg en Nijmegen relatief goed deed, terwijl met name de mindere broeders als Groningen, het dood gewaande Heerenveen en met name Eindhoven het moeilijk had. Saville (zonder ooit een wedstrijd te hebben gespeeld), Wiseman en Timmons werden aan de kant gezet. Lance Herauf werd als nieuwe aanvaller aangetrokken om de stokkende doelpuntenproductie aan de gang te krijgen. Het team rondom de nieuwe captain Bartzen eindigde uiteindelijk op een vijfde plaats en miste daardoor de halve finale. Daarin verloeg Tilburg Amsterdam en was Nijmegen te sterk voor Den Haag. De Gelderlanders (met Akim Ramoul in de gelederen) bleken tegen de Brabanders uit het goede finale-hout gesneden en gingen met de beker aan de haal. In de competitie was Ruijters Eaters inmiddels aan een goede reeks bezig en met name de kleine Herauf kwam goed uit de verf. De selectie bleek echter te klein om echt mee te doen met de grote jongens. De afhandeling van de zaak Timmons bezorgde het bestuur de nodige financiële kopzorgen en aan het begin van 2009 werd verdediger David Lizotte aangetrokken. Geleen eindigde achter Tilbrug en Den Haag op de derde plaats en stuitte in de eerste ronde van de play-offs op Groningen. De Noorderlingen werden met twee maal 5-2 geklopt en Den Haag werd de tegenstander in de tweede ronde. Door ijsproblemen in de Uithof, stemde Geleen in met twee uitwedstrijden achter elkaar. Daarin bleken de Limburgers zoveel energie verspeeld te hebben (1-4 en 2-4) dat de derde wedstrijd in de serie op Glanerbrooks ijs de laatste van het seizoen te zijn, dat Eaters op even pijnlijke wijze afsloot als het begonnen was (1-6).
2009-2010
Mike Pellegrims, Huub Notten, Jeffrey van Iersel, Dennis ten Bokkel, Nick Verschueren, Sami Heinonen (Fin), William den Ridder, Rowan Delil, Niko Suoraniemi (Fin), Adam Blanchette (USA), Branko Mamic (Servië), Mike McRae (USA), Jason Dolgy (Can), Kay Gielen, Mike Forgie (Can) en David Burgess (Can). Allemaal nieuwe namen in en achter de spelersbank die begin september 2009 begonnen aan een intensieve trainingsweek op en naast de witte (!) ijsvloer van Glanerbrook als voorbereiding op het nieuwe seizoen. De Geleense spelers Quentin Cuijpers, Erik Tummers, Lambert Keulen, Glenn Bakx, Lars van Sloun en Jeffrey Mens waren de enige oude bekenden, die samen met de jeugdige talenten Mark Siemonsma, Joery van Rooijen en Lars Engwegen de selectie completeerden. In de voorbereiding moest verdediger Mamic vanwege een schouderblessure afhaken en coach Pellegrims en teammanager Notten presenteerden met de Sloveen Ziga Svete als diens vervanger de beste defenceman van Nederland.
Pellegrims en Notten waren duidelijk: dit team was in opbouw – een project dat pas na drie jaar rendement zou opleveren. De eerste twee oefenwedstrijden – tegen Leuven – gingen met 1-2 en 1-5 verloren, waarna tegen Nijmegen na een 4-4 stand dankzij penalty-shots werd gewonnen. Het laatste voorbereidingsduel tegen de Belgische landskampioen Herentals kende een overtuigende 12-1 eindstand voor Ruijters Eaters.Toch kon de stijgende lijn van de voorbereiding niet worden doorgezet in het openingsweekend van de (beker)competitie. Na een 6-1 nederlaag in Tilburg werd op Geleens ijs met 2-9 verloren van Den Haag. De zwartkijkers in het Geleense kamp – net als heel ijshockeyminnend Nederland – vielen echter in het restant van de strijd om de Beker van Nederland van de ene verbazing in de andere over de prestaties van Ruijters Eaters. De ploeg, die medio oktober afscheid nam van Mike McRae en Jason Dolgy en later in Brent Gauvreau en Joey Wilson meer dan goede vervangers vond, Niels van Sloun aan de selectie toevoegde en Lambert Keulen verloor door een scheenbeenbreuk, eindigde namelijk knap op de tweede plaats. Daardoor stuitte men in best-of-three serie van de halve bekerfinale op Nijmegen waarin korte metten werd gemaakt met de aspiraties van de regerend bekerwinnaar. Na een 5-2 winst in Geleen en een 8-2 verlies in Nijmegen, werd in Glanerbrook met 4-1 plaatsing voor de bekerfinale tegen Den Haag afgedwongen. Onder het credo One Team, One Goal werd op 20 januari 2010 historie geschreven in Eindhoven. Na een 2-0 voorsprong dankzij treffers van Lars van Sloun en Brent Gauvreau, kwam Den Haag in de derde periode sterk terug tot 2-2. Toch was het Geleen dat uiteindelijk de grote beker mee naar huis mocht nemen na een heuse buzzer beater van Mike Forgie. De dagen na de bekerwinst werden echter niet zozeer gekenmerkt door een feeststemming dan wel door organisatorische onrust. Nadat was aangekondigd dat coach Mike Pellegrims na het seizoen zou vertrekken naar Wolfsburg, maakte teammanager Huub Notten bekend na het seizoen te gaan stoppen. Toen voorzitter Raymond Wintraecken een dag later met onmiddellijke ingang zijn taken neerlegde, leek de bekerwinst eerder een vloek dan een zegen. Jack America, enkele weken eerder opgestapt bij de NIJB, werd de nieuwe preses en Notten herriep zijn beslissing en kondigde aan toch teammanager te blijven. In de kampioenschapscompetitie kon de ploeg van Mike Pellegrims aanknopen aan de goede prestaties in de beker maar verloor men captain Erik Tummers – die wel op tijd hersteld was voor de bekerfinale – enkele weken door een hersenschudding. De eindstand en daardoor de ontmoetingen in de kwartfinale van de play-offs, werden pas op de laatste speeldag bepaald. Koploper Nijmegen en Den Haag (de nummer twee) plaatsten zich automatisch voor de halve finale. In de kwartfinale nam de nummer vier Geleen (die in de het laatste competitieduel wederom captain Tummers verloor vanwege een polsblessure na een ongelukkige val) het in een best-of-three serie op tegen de nummer vijf Heerenveen. Ruijters Eaters slaagde erin met een clean sweep de stugge Friezen uit te schakelen (4-2 in Glanerbrook en 3-4 in Thialf) en omdat Tilburg (nummer drie) in de andere kwartfinale met 2-1 won van nummer zes Eindhoven, stuitte Geleen daarna in de halve finale op favoriet Nijmegen.Ook nu verraste Geleen vriend en vijand door de eerste wedstrijd in Nijmegen met 1-3 te winnen. Vreemd genoeg vormde de tweede gewonnen wedstrijd het keerpunt in de serie. Geleen had namelijk met 5-0 geleid in Glanerbrook maar stond Nijmegen toe tot 5-4 te naderen. Uiteindelijk werd met hangen en wurgen met 6-5 gewonnen maar kwam de Gelderse ploeg met het betere gevoel uit het duel. De 6-3 eindstand van de derde wedstrijd in Nijmegen was dan ook niet verrassend maar zeker ook niet het enige verlies: de belangrijke aanvaller Mike Forgie was na een elbowing in het gezicht uit de wedstrijd en na later bleek uit de serie ‘gespeeld’ – de zoveelste personele aderlating die Ruijters Eaters, ondanks alle inzet en veerkracht van de andere spelers en het inzetten van Hendrik Giesbers– niet meer te boven kwam. De vierde confrontatie – in Geleen – werd met 3-4 verloren en de beslissingswedstrijd in Nijmegen kende slechts één doelpunt (1-0 na 40 seconden in de derde periode) en daarmee ging Nijmegen door naar de finale om later tegen Tilburg landskampioen te worden. Ruijters Eaters kon met opgeheven hoofd terugkijken op een uitermate geslaagd seizoen 2009-2010. Tastbare bewijzen daarvan waren de bekerwinst tegen Den Haag en de onderscheidingen voor Sami Heinonen en Ziga Svete (resp. beste goalie en verdediger van het Nederlandse ijshockeyseizoen). David Burgess werd met 35 doelpunten en 45 assists uit 53 wedstrijden topscoorder van de ploeg (en achtste van Nederland), gevolgd door Mike Forgie (49 duels, 24 treffers en 44 assists) en Brent Gauvreau (22 goals en 31 assists in 42 wedstrijden). Lars van Sloun, dè revelatie van het seizoen, was goed voor 20 treffers en 25 assists in 53 duels en eindigde daarmee op de vierde plaats. Het leverde hem een selectie op voor het Nederlands team dat in april op het WK in Tilburg of een vierde plaats eindigde. Lars noteerde daar zelfs een treffer: de gwg in de met 4-1 gewonnen wedstrijd tegen Litouwen.Originele tekst: Ron Moors
Bewerkingen en aanvullingen: Ro Herregraven en Ron Moors
Update oktober 2004: Jan Marutiak
Update juni 2009: Ron Moors
Met dank aan:

Einde seizoen
OPEN DAG 12 SEPTEMBER 2010
12.09.2010 17:00
7
Days
|



![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|